De betrokkene kreeg een sanctie van €280 opgelegd voor het volgen van een andere richting dan de uitrijstrook (feitcode R619a). De kantonrechter wijzigde de feitcode en omschrijving naar R619, zonder het sanctiebedrag te verlagen, en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af. De betrokkene ging in hoger beroep en stelde dat de wijziging van de feitcode recht gaf op proceskostenvergoeding.
Het hof oordeelde dat de wijziging van de feitcode en omschrijving een gedeeltelijke gelijkstelling van de betrokkene inhoudt, waardoor een rechtens te respecteren belang bestaat bij vergoeding van de proceskosten. Daarom was de afwijzing van de proceskostenvergoeding onterecht.
Het hof vernietigde het besluit van de kantonrechter over de proceskostenvergoeding en kende een vergoeding toe van €929,68, waarbij rekening werd gehouden met het aantal punten, de zwaarte van de zaak en een correctiefactor voor kosten in hoger beroep. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot betaling van deze kosten.
De grond voor wijziging van de feitcode was pas in de procedure bij de kantonrechter aangevoerd, waardoor geen vergoeding werd toegekend voor kosten in administratief beroep. Het arrest werd gewezen door mr. Wijma en uitgesproken in een openbare zitting.