ECLI:NL:GHARL:2025:6498
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet tijdig beslissen op administratief beroep in Wahv-zaken
De betrokkene stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op zijn administratief beroep door de officier van justitie in een zaak onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv). De rechtbank verklaarde dit beroep niet-ontvankelijk en nam de beslissing in een meervoudige kamer, terwijl de wet enkelvoudige kantonrechtspraak voorschrijft.
Het hof constateerde dat de beslissing van de rechtbank nietig is vanwege het ontbreken van wettelijke grondslag voor meervoudige kantonrechtspraak. Het vernietigde daarom deze beslissing en nam de taak over die de kantonrechter had moeten uitvoeren. De officier van justitie had alsnog beslist op het administratief beroep, maar liet het verzoek om vaststelling van de verschuldigdheid en hoogte van een dwangsom onbeantwoord.
Het hof oordeelde dat de officier van justitie vanaf 19 januari 2024 een dwangsom verschuldigd is voor de maximale periode van 42 dagen, ter hoogte van € 1.442,- vermeerderd met wettelijke rente. De betrokkene werd echter niet in het gelijk gesteld in de zin van recht op proceskostenvergoeding, omdat het beroep niet gericht was op vernietiging of wijziging van de inleidende beschikking.
Verder verwierp het hof het betoog dat het niet toekennen van proceskostenvergoeding in Wahv-zaken strijdig is met het discriminatieverbod van het EVRM. Het onderscheid tussen Wahv-zaken en andere bestuursrechtelijke dwangsomzaken is gerechtvaardigd vanwege het eigen karakter van de Wahv en de beperkte toekenning van proceskostenvergoedingen daarin.
Het hof vernietigde de beslissing van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, legde de dwangsom op en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, verklaart het beroep gegrond, legt een dwangsom op en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.