De kinderrechter in de rechtbank Midden-Nederland heeft op 16 april 2025 een machtiging verleend voor de uithuisplaatsing van een minderjarige tot 16 januari 2026. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing, maar het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de machtiging bekrachtigd.
De ouders hebben gezamenlijk gezag over de minderjarige, die sinds de uithuisplaatsing in een gezinshuis woont onder toezicht van een gecertificeerde instelling. Het hof concludeert dat de moeder ondanks verhuizing naar een zelfstandige woonruimte niet in staat is om de emotionele en fysieke behoeften van de minderjarige te vervullen. De moeder kampt met spanningen en stress, is overbelast en kan geen veilige en stabiele omgeving bieden.
Tijdens de procedure bleek dat de moeder uit angst niet naar de zitting kwam en fysiek contact met de minderjarige beperkt is gebleven. Ook is het zorgelijk dat de moeder en haar advocaat de minderjarige op een ongepaste wijze bij de procedure betrekken. Het hof benadrukt dat de minderjarige hulp nodig heeft bij traumaverwerking, mede vanwege een ernstig incident waarbij de partner van de moeder de vader met messteken verwondde.
Het hof vindt het positief dat de moeder inmiddels een diagnose heeft en stappen onderneemt voor behandeling. De machtiging tot uithuisplaatsing blijft van kracht om de veiligheid en ontwikkeling van de minderjarige te waarborgen.