Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak zijn de ouders in hoger beroep gegaan tegen de beschikking van de rechtbank Gelderland inzake de zorgregeling en kinderalimentatie voor hun twee minderjarige kinderen geboren in 2018 en 2020. De rechtbank had een voorlopige zorgregeling en kinderalimentatie vastgesteld, waarbij de kinderen bij de moeder wonen en de vader een bijdrage betaalt.
Tijdens de mondelinge behandeling bereikten de ouders overeenstemming over een nieuwe reguliere zorgregeling, die het hof in de beschikking heeft vastgelegd. De vader wilde ook dat hij de kinderbijslag zou ontvangen en dat hij de verblijfsoverstijgende kosten zou betalen, maar het hof oordeelde dat de moeder deze kosten moet dragen omdat de kinderen hun hoofdverblijfplaats bij haar hebben. De vader ontvangt de kinderbijslag reeds vanaf september 2024.
Het hof vernietigde de zorgregeling van de rechtbank en stelde de nieuwe regeling vast conform de afspraken van de ouders. De kinderalimentatie werd bekrachtigd zoals door de rechtbank vastgesteld. Verzoeken van de vader met betrekking tot kinderbijslag en verblijfskosten werden afgewezen. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het hof wijzigt de zorgregeling conform de afspraken van de ouders en bekrachtigt de kinderalimentatie zoals vastgesteld door de rechtbank.