Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 30 oktober 2025, gaat het om een hoger beroep inzake de zorgregeling en kinderalimentatie tussen de ouders van twee minderjarige kinderen, [minderjarige1] en [minderjarige2]. De vader, vertegenwoordigd door mr. B.A.T. Brouwer, en de moeder, vertegenwoordigd door mr. G.W. Wullink, hebben beiden hun verzoeken in hoger beroep ingediend na een eerdere beschikking van de rechtbank Gelderland op 12 november 2024. De vader verzoekt om wijziging van de zorgregeling en een aanpassing van de kinderalimentatie, terwijl de moeder in incidenteel hoger beroep gaat tegen de zorgregeling.
Tijdens de mondelinge behandeling op 18 september 2025 hebben de ouders overeenstemming bereikt over de reguliere zorgregeling, die door het hof is vastgelegd. Het hof heeft de bestreden beschikking van de rechtbank vernietigd voor wat betreft de zorgregeling en de nieuwe afspraken bevestigd. De ouders hebben afgesproken dat de kinderen in een afwisselend schema bij hen verblijven, waarbij de vader en moeder om de week zorg dragen voor de kinderen.
Wat betreft de kinderalimentatie heeft het hof de eerdere beslissing van de rechtbank bekrachtigd, waarbij de vader een bijdrage van € 95,- per kind per maand zal betalen, oplopend naar € 274,- per kind per maand. Het hof heeft de verzoeken van de vader met betrekking tot de kinderbijslag en de verblijfsoverstijgende kosten afgewezen, omdat de moeder de hoofdverblijfplaats van de kinderen heeft en derhalve verantwoordelijk is voor deze kosten. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.