De ouders hebben twee minderjarige kinderen en hadden tot 6 mei 2025 gezamenlijk gezag. De rechtbank heeft toen het gezag aan de vader alleen toegekend en de moeder niet-ontvankelijk verklaard in haar verzoeken tot wijziging van de hoofdverblijfplaats en omgangsregeling. De moeder ging hiertegen in hoger beroep en verzocht het hof het gezag aan haar toe te kennen en een co-ouderschapsregeling vast te stellen.
Het hof heeft de standpunten van beide ouders en het advies van de raad voor de kinderbescherming in overweging genomen. De moeder weigerde hulp voor zichzelf en werkte onvoldoende mee aan een verbetering van de communicatie, wat leidde tot een onaanvaardbaar risico dat de kinderen klem raken tussen de ouders. De vader en de raad benadrukten het belang van rust voor de kinderen en de noodzaak van een begeleide omgang.
De omgangsregeling zoals vastgesteld door de rechtbank blijft van kracht, waarbij de kinderen onder begeleiding contact hebben met de moeder. Het hof concludeert dat de omstandigheden sinds de echtscheiding zijn gewijzigd en dat het belang van de kinderen gediend is met het alleen gezag van de vader en de huidige omgangsregeling. De bestreden beschikking wordt bekrachtigd.