Uitspraak
,
Aransil,
1.[geïntimeerde1] ,
[geïntimerden]en ieder afzonderlijk
[geïntimeerde1],
[geïntimeerde2]en
[geïntimeerde3],
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft op 28 oktober 2025 uitspraak gedaan in een verzoek tot aanvulling van een eerder arrest ex artikel 32 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het verzoek was ingediend door de geïntimeerden na een eindarrest van 16 september 2025 waarbij Aransil Limited was veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen.
De geïntimeerden verzochten het hof het dictum van het arrest aan te passen door de toegewezen vorderingen te verrekenen met hun loonvorderingen. Aransil betoogde dat de geïntimeerden niet-ontvankelijk moesten worden verklaard omdat zij geen vorderingen hadden ingesteld en dus geen verzoek op grond van artikel 32 Rv Pro konden doen.
Het hof oordeelde dat artikel 32 Rv Pro uitsluitend ten dienste staat van de partij die de vordering heeft ingesteld en dat de wederpartij geen verzoek tot aanvulling kan indienen. Omdat de geïntimeerden als wederpartij worden aangemerkt en hun beroep op verrekening geen zelfstandige vordering is, werd hun verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Het arrest werd gewezen door de raadsheren Essed, Zandbergen en Vedder en in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier. De Hoge Raad heeft in 2019 bevestigd dat artikel 32 Rv Pro niet bedoeld is voor verzoeken van de wederpartij.
Uitkomst: Het hof verklaart het verzoek van geïntimeerden tot aanvulling van het arrest ex artikel 32 Rv niet-ontvankelijk.