ECLI:NL:GHARL:2025:6966
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen matiging sanctie en proceskostenvergoeding in bestuursstrafzaak wegens doorrijden bij rood licht
De betrokkene kreeg een sanctie van €250 opgelegd voor het doorrijden bij een rood verkeerslicht op 8 december 2022 in Breda. De kantonrechter matigde deze sanctie tot €187,50 vanwege overschrijding van de redelijke termijn van berechting. Daarnaast werd een proceskostenvergoeding van €453,50 toegekend.
De gemachtigde van de betrokkene stelde dat de kantonrechter ten onrechte een wegingsfactor van 0,25 (zeer licht) toepaste bij de proceskostenvergoeding. Het hof oordeelde dat de zaak niet als zeer licht kan worden aangemerkt en dat de verwijzing naar een arrest van de Hoge Raad over immateriële schadevergoeding niet van toepassing is.
Het hof vernietigde het besluit over de proceskostenvergoeding en herrekende deze. Daarbij werd voor het administratief beroep een wegingsfactor van 0,5 (licht) toegepast en voor het hoger beroep 0,25 (zeer licht) met een correctiefactor van 0,1 vanwege de datum van beslissing. De advocaat-generaal werd veroordeeld tot vergoeding van €929,68 aan proceskosten.
De matiging van de sanctie bleef uitsluitend gebaseerd op de overschrijding van de redelijke termijn in eerste aanleg. Proceskosten in de administratief beroep fase komen niet voor vergoeding in aanmerking.
Het arrest werd op 6 november 2025 uitgesproken door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, waarbij de beslissing van de kantonrechter deels werd vernietigd en de proceskostenvergoeding werd aangepast.
Uitkomst: Het gerechtshof vernietigt het besluit over de proceskostenvergoeding en veroordeelt de advocaat-generaal tot betaling van €929,68 aan proceskosten.