Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
[betrokkene] (hierna: de betrokkene),
De beslissing van de kantonrechter
Het verloop van de procedure
Van die gelegenheid is geen gebruik gemaakt.
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De betrokkene stelde hoger beroep in tegen de proceskostenvergoeding die de kantonrechter had toegekend na een gedeeltelijke gegrondverklaring van zijn beroep tegen een bestuurlijke sanctie. De kantonrechter had een wegingsfactor van 0,25 toegepast bij de berekening van de vergoeding, terwijl het gebruikelijk is om in Mulderzaken een factor van 0,5 te hanteren.
Het hof oordeelde dat de kantonrechter onvoldoende had gemotiveerd waarom een afwijkende wegingsfactor werd toegepast en vernietigde daarom het besluit over de proceskostenvergoeding. Tevens volgde het hof het arrest van de Hoge Raad van 24 juni 2025, waarin is verduidelijkt dat de Wet herwaardering proceskostenvergoedingen (Whpkv) en artikel 13a, tweede lid, van de Wahv van toepassing zijn op beroepsmatig optredende gemachtigden met een no cure no pay-model.
De gemachtigde voerde aan dat zijn bedrijfsmodel deels aan de criteria voldoet maar dat vanwege de administratieve inrichting en het tijdstip van het arrest bijzondere omstandigheden gelden die toepassing van de Whpkv tijdelijk uitsluiten. Het hof verwierp dit en paste de proceskostenvergoeding aan met de juiste wegingsfactoren en vermenigvuldigingsfactoren conform de Whpkv. Uiteindelijk veroordeelde het hof de advocaat-generaal tot vergoeding van € 907,76 aan proceskosten.
Uitkomst: Het hof vernietigt de proceskostenvergoeding van de kantonrechter en stelt een hogere vergoeding van € 907,76 vast conform de Whpkv.