Partijen zijn de ouders van een minderjarige die in 2023 is geboren. De moeder is in 2024 met het kind naar Turkije vertrokken. De rechtbank Gelderland stelde in januari 2025 een voorlopige zorgregeling vast en verleende de vader vervangende toestemming voor deelname van het kind aan het Rijksvaccinatieprogramma tot 24 maanden.
De moeder ging in hoger beroep tegen de vervangende toestemming en de zorgregeling. De vader kwam met incidenteel hoger beroep tegen de beslissing over de vaccinatie. Het hof overwoog dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Nederlands recht van toepassing is.
Het hof oordeelde dat er geen reden is af te wijken van het Rijksvaccinatieprogramma en verleende de vader vervangende toestemming voor vaccinatie van het kind, ook na 24 maanden. De voorlopige zorgregeling werd aangepast: het kind verblijft om de veertien dagen een weekend bij de vader, met gelijke verdeling van vakanties en feestdagen.
De moeder kon niet aannemelijk maken dat zij niet met het kind naar Nederland kan reizen. De grief van de moeder faalde deels, die van de vader slaagde. De beschikking van de rechtbank werd gedeeltelijk vernietigd en opnieuw vastgesteld door het hof.