De kinderrechter in de rechtbank Gelderland stelde vier minderjarige kinderen onder toezicht vanwege ernstige bedreiging van hun ontwikkeling en onvoldoende medewerking van de ouders aan vrijwillige hulpverlening. De kinderen wonen bij de moeder, die samen met de vader het gezag heeft. De moeder ging in hoger beroep tegen deze beslissing.
Het hof heeft het beroep van de moeder verworpen en de ondertoezichtstelling bekrachtigd. De moeder stelde dat de situatie niet was veranderd sinds de eerdere beëindiging van een ondertoezichtstelling in 2024 en dat een eenmalige melding over huiselijk geweld onvoldoende was voor hernieuwde ondertoezichtstelling. De raad voor de kinderbescherming stelde echter dat de vrijwillige hulpverlening niet van de grond kwam, de gezinssituatie door de geboorte van een vierde kind complexer is geworden en dat er sprake is van een ernstige ontwikkelingsbedreiging.
Het hof oordeelt dat de kinderrechter terecht tot ondertoezichtstelling heeft besloten. Naast de melding over huiselijk geweld waren er meerdere factoren, waaronder een ernstig geweldsincident waarbij de vader de moeder mishandelde in aanwezigheid van een kind. De moeder lijkt de impact hiervan op de kinderen niet te onderkennen. De combinatie van deze omstandigheden en de gezinsuitbreiding rechtvaardigt de ondertoezichtstelling voor een jaar.
De beschikking van de kinderrechter wordt door het hof bekrachtigd en blijft van kracht tot 6 mei 2026.