ECLI:NL:GHARL:2025:718

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
12 februari 2025
Publicatiedatum
12 februari 2025
Zaaknummer
Wahv 200.341.790/01
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Wijma
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv)Art. 13a Wahv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep tegen administratieve sanctie mobiel vasthouden tijdens rijden en dwangsom

De betrokkene kreeg een administratieve sanctie van €350 opgelegd voor het vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat tijdens het rijden op 15 januari 2023. Hiertegen werd administratief beroep ingesteld, dat later werd ingetrokken en opnieuw ingesteld binnen de beroepstermijn. De advocaat-generaal vernietigde de inleidende beschikking, waardoor het hoger beroep over de sanctie niet-ontvankelijk werd verklaard.

De gemachtigde van de betrokkene stelde meerdere keren de officier van justitie in gebreke wegens het uitblijven van een beslissing op het administratief beroep. Na het intrekken van het beroep en het opnieuw instellen ervan, oordeelde het hof dat beroep binnen de termijn opnieuw kan worden ingesteld. Omdat de officier van justitie niet tijdig besliste, is een dwangsom van €1.442,- verschuldigd, vermeerderd met wettelijke rente.

Het hof vernietigde het besluit van de kantonrechter voor zover deze niet op het verzoek tot vaststelling van de dwangsom had beslist en veroordeelde de advocaat-generaal tot vergoeding van proceskosten van €1.230,50. Het hoger beroep werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het gericht was tegen de sanctie.

Uitkomst: Het hoger beroep is niet-ontvankelijk verklaard voor het deel over de sanctie en de officier van justitie is een dwangsom van €1.442,- verschuldigd wegens niet tijdig beslissen.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

zittingsplaats Leeuwarden
Zaaknummer
: Wahv 200.341.790/01
CJIB-nummer
: 255145695
Uitspraak d.d.
: 12 februari 2025
Arrestop het hoger beroep inzake de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) tegen de beslissing van de kantonrechter van de rechtbank Rotterdam van 17 mei 2024, betreffende

[de betrokkene] (hierna: de betrokkene),

wonende te [woonplaats] .
De gemachtigde van de betrokkene is mr. I.N.D.J. Rissema, kantoorhoudende te Dordrecht.

De beslissing van de kantonrechter

De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de beslissing van de officier van justitie ongegrond verklaard.

Het verloop van de procedure

De gemachtigde van de betrokkene heeft hoger beroep ingesteld tegen de beslissing van de kantonrechter. Er is gevraagd om een proceskostenvergoeding.
De advocaat-generaal heeft de gelegenheid gekregen een verweerschrift in te dienen.
Bij brief van 29 augustus 2024 heeft de advocaat-generaal het hof bericht dat de inleidende beschikking is vernietigd. De betrokkene en de gemachtigde zijn daarover geïnformeerd.

De beoordeling

1. Aan de betrokkene is bij inleidende beschikking d.d. 25 januari 2023 een administratieve
sanctie van € 350,- opgelegd voor het als bestuurder tijdens het rijden een mobiel elektronisch apparaat
vasthouden. Deze gedraging zou zijn verricht op 15 januari 2023, waarbij de betrokkene is staande
gehouden. Nu de advocaat-generaal heeft besloten deze beschikking te vernietigen, heeft de
betrokkene bereikt wat met het hoger beroep werd beoogd. Daarom heeft de betrokkene geen belang
meer bij een uitspraak van het hof op het hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen het opleggen
van de sanctie, zodat dit in zoverre niet-ontvankelijk wordt verklaard.
2. Voorts is in hoger beroep aangevoerd dat de officier van justitie een dwangsom is verbeurd.
3. Uit het dossier blijkt het volgende. De betrokkene heeft zelf op 19 januari 2023 beroep
ingesteld tegen de inleidende beschikking. Op 21 januari 2023 heeft de betrokkene het beroep
ingetrokken. Op 27 februari 2023 heeft de gemachtigde namens de betrokkene beroep ingesteld tegen
de inleidende beschikking. Bij brieven van 20 juli 2023, 10 augustus 2023, 7 september 2023, 28 september 2023 en 12 oktober 2023 heeft de gemachtigde de officier van justitie in gebreke
gesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het administratief beroep. Op 17 oktober 2023
heeft de officier van justitie de gemachtigde per e-mail laten weten dat het beroep door de betrokkene is ingetrokken, dat de zaak daarmee werd afgesloten en dat een later ingediend beroepschrift dan niet meer kan worden behandeld. Op 24 oktober 2023 heeft de gemachtigde beroep ingesteld bij de
kantonrechter wegens het niet tijdig beslissen op het administratief beroep. Daarbij heeft de
gemachtigde voorts verzocht om de verschuldigdheid en de hoogte van de door de officier van
justitie te verbeuren dwangsom vast te stellen.
4. De gemachtigde stelt zich onder verwijzing naar een uitspraak van de Centrale Raad van
Beroep van 6 november 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:4033, op het standpunt dat wanneer de termijn
voor het instellen van beroep nog niet is verstreken, het beroep kan worden ingetrokken en daarna
opnieuw kan worden ingesteld. Hierbij wijst de gemachtigde erop dat uit appverkeer tussen de
betrokkene en de gemachtigde blijkt dat de betrokkene de intentie had om beroep in te stellen tegen
de administratieve sanctie en hierbij gebruik wenste te maken van de expertise van de gemachtigde.
5. Het hof stelt vast dat het beroep tegen de inleidende beschikking binnen de beroepstermijn is
ingetrokken en dat voor het verstrijken van de beroepstermijn opnieuw administratief beroep is
ingesteld. In navolging van de Centrale Raad van Beroep (vgl. voormelde uitspraak) en de Raad van
State (vgl. a contrario de uitspraak van 15 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3836) is het hof van
oordeel dat de betrokkene niet het recht kan worden ontzegd om na het intrekken van een beroep
opnieuw beroep in te stellen, mits dit voor het verstrijken van de beroepstermijn gebeurt. Het
voorgaande brengt mee dat er wel degelijk administratief beroep is ingesteld. Nu daarop in het geheel
niet is beslist en de gemachtigde de officier van justitie op de juiste wijze in gebreke heeft gesteld, is
de officier van justitie een dwangsom verschuldigd voor de maximale periode van 42 dagen, zodat de
dwangsom € 1.442,- bedraagt, te vermeerderen met de wettelijke rente.
6. De proceskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Aan het indienen van het
administratief beroepschrift, het beroepschrift bij de kantonrechter en het hoger beroepschrift dienen in totaal drie punten te worden toegekend. De waarde per punt bedraagt voor het administratief beroep € 647,- en voor het (hoger) beroep € 907,-. Gelet op de aard van de zaak wordt de wegingsfactor 0,5 (gewicht van de zaak = licht) toegepast. Het hof past op de in hoger beroep verrichte proceshandeling niet de factor, genoemd in artikel 13a, tweede lid, van de Wahv (nieuw) toe, omdat het hof deze bepaling buiten toepassing laat (vgl. de arresten van het hof van 17 december 2024, ECLI:NL:GHARL:2024:7764, 7768 en 7769). Aldus zal het hof de advocaat-generaal veroordelen in de kosten tot een bedrag van € 1.230,50 (= (1 x € 647,- x 0,5) + (2 x € 907.- x 0.5)).

De beslissing

Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk, voor zover dit is gericht tegen de opgelegde
administratieve sanctie;
vernietigt de beslissing van de kantonrechter voor zover daarbij niet is beslist op het verzoek tot het
vaststellen van de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom;
stelt vast dat de officier van justitie een dwangsom is verschuldigd van € 1.442,-, te vermeerderen
met de wettelijke rente;
veroordeelt de advocaat-generaal tot het vergoeden van de proceskosten van de betrokkene tot een
bedrag van € 1.230,50.
Dit arrest is gewezen door mr. Wijma, in tegenwoordigheid van mr. Starreveld als griffier, en op een openbare zitting uitgesproken.