ECLI:NL:CRVB:2015:4033
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van duurzaam gescheiden leven bij AOW-uitkering na intrekking en hernieuwd bezwaar
De zaak betreft een hoger beroep tegen een beslissing van de Sociale verzekeringsbank over de hoogte van een AOW-uitkering. Betrokkene had bezwaar gemaakt tegen een besluit waarbij hem een AOW-uitkering werd toegekend op basis van gehuwd of samenwonend zijn. Na een intrekking binnen de bezwaarperiode werd het bezwaar opnieuw ingesteld en ontvankelijk verklaard.
De rechtbank oordeelde dat betrokkene en zijn partner duurzaam gescheiden leven, waardoor een hogere AOW-uitkering mogelijk was. In hoger beroep werd dit oordeel vernietigd omdat uit de feiten niet ondubbelzinnig bleek dat sprake was van duurzaam gescheiden leven. De Raad benadrukte dat regelmatig contact, gezamenlijke vakanties en het ontbreken van een duidelijke intentie tot beëindiging van de gezamenlijke huishouding niet voldoen aan de criteria.
De Raad bevestigde dat het bezwaar binnen de termijn ontvankelijk is, ook na intrekking, omdat de bezwaartermijn van openbare orde is en hernieuwd bezwaar binnen die termijn mogelijk moet zijn. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep ongegrond verklaard. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard omdat niet ondubbelzinnig is vastgesteld dat betrokkene en zijn partner duurzaam gescheiden leven.