In deze zaak heeft de kinderrechter in de rechtbank Gelderland, locatie Arnhem, op 15 mei 2025 een machtiging tot uithuisplaatsing verleend voor de minderjarige, die bij de andere ouder met gezag geplaatst zou worden. De moeder is het niet eens met deze beslissing en gaat in hoger beroep. Het hof heeft de situatie beoordeeld en vastgesteld dat de omstandigheden zijn veranderd, maar dat de machtiging tot uithuisplaatsing op goede gronden is verleend. De ouders hebben twee kinderen, waarvan de oudste bij de vader woont en de jongste, [minderjarige], sinds juni 2025 ook bij de vader verblijft. Het hof oordeelt dat de huidige situatie beter is voor [minderjarige], die in een onveilig opvoedklimaat opgroeide. De vader heeft zijn werktijden aangepast om beschikbaar te zijn voor [minderjarige] en er is hulpverlening ingezet. Het hof bekrachtigt de beslissing van de kinderrechter, ondanks de zorgen over het contact tussen de kinderen en de moeder. Het hof benadrukt het belang van de betrokkenheid van de GI bij de verdere begeleiding van de kinderen.