Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze civiele procedure in hoger beroep staat de ontvankelijkheid van het beroepschrift centraal. De moeder heeft hoger beroep ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland van 24 juni 2025. Volgens de wettelijke termijn moest het beroepschrift uiterlijk op 24 september 2025 zijn ingediend. Formeel werd het beroepschrift op 25 september 2025 bij het gerechtshof geregistreerd, wat te laat zou zijn.
De moeder betoogt dat het beroepschrift op 24 september 2025 is ingediend. Haar advocaat gaf het beroepschrift op 23 september 2025 mee aan een koerier die het op 24 september bij het hof heeft afgeleverd. Uit verklaringen van de koeriers blijkt dat het beroepschrift die dag bij de goederenontvangst van het Paleis van Justitie is afgegeven, hoewel niet bij de voorgeschreven Centrale Balie.
Het hof constateert dat het beroepschrift niet volgens het procesreglement is ingediend, maar acht de indiening tijdig gelet op de koeriersverklaringen en de feitelijke afgifte bij de goederenontvangst. Het hof benadrukt dat dit geen precedent schept voor toekomstige indieningen, maar verklaart de moeder ontvankelijk in haar hoger beroep en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Het hof verklaart de moeder ontvankelijk in haar hoger beroep ondanks afwijking van het indieningsvoorschrift.