Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoekster in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 20 november 2025 uitspraak gedaan over de ontvankelijkheid van de moeder in haar hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Midden-Nederland. De moeder, vertegenwoordigd door haar advocaat mr. L.C. de Jong, stelde dat zij tijdig hoger beroep had ingesteld. Het beroepschrift was volgens haar op 24 september 2025 ingediend, terwijl de griffie aangaf dat dit op 25 september 2025 was gebeurd. De moeder had het beroepschrift op 23 september 2025 meegegeven aan een koerier, die het op 24 september 2025 bij de goederenontvangst van het Paleis van Justitie had afgeleverd. Het hof heeft vastgesteld dat het beroepschrift niet bij de Centrale Balie was ingediend, zoals voorgeschreven, maar bij de goederenontvangst. Desondanks heeft het hof, op basis van de verklaringen van de koeriers, geoordeeld dat het beroepschrift op 24 september 2025 als tijdig ingediend kan worden beschouwd. Het hof heeft de moeder daarom ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep en verdere beslissingen aangehouden.