De zaak betreft het hoger beroep tegen het ontslag van een curator die was benoemd voor een curanda met een multi-complexe problematiek. De kantonrechter had de curator ontslagen wegens ernstige tekortkomingen in het nakomen van haar verplichtingen, waarna het hof dit besluit heeft bekrachtigd.
De curator en curanda voerden aan dat het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat er sprake was van een motiveringsgebrek. Het hof oordeelde echter dat er voldoende gelegenheid was geweest om standpunten naar voren te brengen en dat de motivering van het ontslag uitgebreid en toereikend was.
Het hof concludeerde dat de curator onvoldoende had voorzien in de zorgbehoefte van de curanda, die terugviel in middelengebruik en verslavingsgedrag, ondanks de aanwijzingen van de kantonrechter om passende zorg te regelen. De vertrouwensrelatie tussen curator en curanda blijft echter bestaan, en de curator speelt nog een belangrijke rol in het leven van de curanda.
Daarom werd het ontslag van de curator bevestigd en de benoeming van een professionele opvolger gehandhaafd.