Partijen zijn in 1998 gehuwd en in 2015 gescheiden, waarbij de man partneralimentatie aan de vrouw moest betalen. In 2021 stelde de rechtbank de alimentatie op nihil, wat onherroepelijk werd door een beroepsfout van de vrouw.
De vrouw vorderde vervolgens partneralimentatie en overleg van financiële stukken, terwijl de man de alimentatie wilde limiteren. De rechtbank wees beide verzoeken af, waarna beide partijen hoger beroep instelden.
Het hof oordeelt dat er sprake is van een relevante wijziging van omstandigheden door de verslechterde gezondheid van de vrouw. Echter heeft de vrouw onvoldoende inzicht gegeven in haar financiële situatie en behoeftigheid onvoldoende onderbouwd. De vrouw wordt geacht in haar eigen levensonderhoud te kunnen voorzien.
Het verzoek tot verlenging van de alimentatie tot AOW-leeftijd en het verzoek tot overleg van financiële stukken worden niet behandeld vanwege de afwijzing van het hoofdbeginsel. Ook het verzoek van de man om de alimentatie te limiteren wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Het hof bekrachtigt de bestreden beschikking en compenseert de kosten in hoger beroep.