De kinderrechter in de rechtbank Gelderland heeft de ondertoezichtstelling van een minderjarige verlengd tot 19 juli 2026. De moeder ging hiertegen in hoger beroep, maar het hof Arnhem-Leeuwarden heeft de beslissing van de kinderrechter bekrachtigd.
De minderjarige woont bij de moeder, maar staat sinds juli 2024 onder toezicht van een gecertificeerde instelling vanwege ernstige zorgen over haar ontwikkeling en de opvoedsituatie. De moeder werkte aanvankelijk niet mee aan hulpverlening en kwam de zorgregeling niet na, ook niet na het opleggen van dwangsommen. Pas onder druk van een mogelijke uithuisplaatsing veranderde haar houding enigszins.
Hoewel een recent rapport van Helderzorg positief is, acht het hof de situatie nog te onzeker. De moeder moet aantonen dat zij duurzaam kan samenwerken met hulpverlening zonder dwang. Tevens is er onvoldoende besef bij de moeder van het belang van contact tussen de minderjarige en haar vader, die een belangrijke rol in het leven van het kind vervult.
Het hof ziet op dit moment geen aanleiding voor een uithuisplaatsing bij de vader en adviseert de gecertificeerde instelling om bij voortzetting van de positieve ontwikkeling tussentijds beëindiging van de ondertoezichtstelling te verzoeken.