De man en vrouw zijn ouders van een minderjarige die bij de vrouw woont. De man was sinds 2016 verplicht kinderalimentatie te betalen. Hij verzocht om nihilstelling van deze bijdrage vanaf 2016, stellende dat hij geen inkomsten had, ook niet in Turkije.
De rechtbank had de alimentatie in 2024 verlaagd naar €25 per maand vanwege een bijstandsuitkering van de man. De man ging in hoger beroep om de alimentatie geheel te laten vervallen vanaf 2016. Hij onderbouwde zijn standpunt met een Turkse verklaring en verwees naar een kort geding vonnis.
Het hof oordeelde dat de man zijn stellingen onvoldoende onderbouwde. De Turkse verklaring was onleesbaar en niet vertaald, en het kort geding vonnis betrof een ander beoordelingskader. De man en zijn advocaat waren niet aanwezig bij de zitting. Het hof bekrachtigde daarom de beschikking van de rechtbank en wees het hoger beroep af.