ECLI:NL:GHARL:2025:7486
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening betaling voorschot stalling en verzorging paarden
Sinds 2011 staan paarden van geïntimeerde op de manege van appellante. Appellante vordert betaling voor stalling, verzorging en training van deze paarden, maar de rechtbank wees deze vordering af. In hoger beroep vraagt appellante een voorlopige voorziening tot betaling van een voorschot.
Het hof overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen als er een dringend belang is dat de uitkomst van de hoofdzaak niet kan worden afgewacht. Appellante heeft onvoldoende gemotiveerd dat dit het geval is, aangezien zij al jaren de kosten draagt en niet aannemelijk heeft gemaakt dat dit nu onhoudbaar is.
Ook is onduidelijk of en hoeveel vergoeding geïntimeerde aan appellante verschuldigd is, waardoor het voorschot niet eenvoudig kan worden vastgesteld. Bovendien kan appellante de verzorging staken en de paarden laten ophalen. Het hof wijst de vordering af en veroordeelt appellante tot betaling van de proceskosten van het incident.
De hoofdzaak wordt voortgezet in de bestaande stand en verdere beslissingen worden aangehouden. Tijdens de mondelinge behandeling spraken partijen af de paarden te verkopen en de opbrengst op een derdengeldenrekening te bewaren in afwachting van de hoofdzaak.
Uitkomst: De voorlopige voorziening tot betaling van een voorschot wordt afgewezen wegens onvoldoende dringend belang.