De heffingsambtenaar legde op 12 april 2023 een naheffingsaanslag parkeerbelasting op aan belanghebbende omdat haar auto op 4 april 2023 langer dan de betaalde periode van 60 minuten geparkeerd stond zonder dat opnieuw was betaald. Belanghebbende betaalde voor de periode van 19:16 tot 20:16 uur, maar parkeerde tot 21:17 uur zonder extra betaling.
Belanghebbende voerde aan dat de maximale aanmeldduur van 60 minuten betekende dat na deze periode geen nieuwe belastingschuld kon ontstaan, mede omdat een aansluitende verlenging niet mogelijk zou zijn. Ook stelde zij dat de kenbaarheid van de verplichting tot opnieuw betalen onvoldoende was, onder verwijzing naar de informatie op de parkeerautomaat en borden.
Het hof oordeelde dat de Verordening en de informatie op de parkeerautomaat duidelijk maken dat er geen maximale parkeerduur is, maar een maximale aanmeldduur van 60 minuten per keer. Parkeren langer dan 60 minuten is toegestaan mits telkens opnieuw wordt betaald, wat ook al na 30 minuten kan. De naheffingsaanslag is daarom terecht opgelegd omdat belanghebbende na de eerste 60 minuten niet opnieuw heeft betaald.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.