ECLI:NL:HR:2022:346
Hoge Raad
- Cassatie
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over naheffingsaanslag parkeerbelasting na overschrijding maximale parkeerduur
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag opgelegd omdat zijn auto op 2 februari 2019 langer dan de toegestane maximale parkeerduur van één uur stond geparkeerd op een parkeerplaats in Hilversum. Het hof oordeelde dat de naheffingsaanslag terecht was omdat parkeerbelasting niet was voldaan en dat het parkeren binnen de betekenis van de Verordening Parkeerbelastingen viel.
In cassatie stelde belanghebbende dat na het verstrijken van de maximale parkeerduur geen sprake meer was van parkeren in de zin van artikel 225 Gemeentewet Pro en dat hij niet gehouden was om voor die periode parkeerbelasting te voldoen. De Hoge Raad overwoog dat het hof onvoldoende had gemotiveerd of belanghebbende al dan niet parkeerbelasting had betaald voor het eerste uur en dat naheffing voor de periode na het eerste uur niet mogelijk is omdat de parkeerbelasting alleen op aangifte verschuldigd is voor de toegestane parkeerduur.
De Hoge Raad verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het arrest van het hof voor zover het de rechtbankuitspraak bevestigde en verwees de zaak naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch voor verdere behandeling. Tevens werd het college veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard, het arrest van het hof vernietigd en de zaak verwezen naar het gerechtshof ’s-Hertogenbosch.