Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verder te noemen: [verzoekster]
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
In deze zaak gaat het om een geschil tussen de ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun minderjarige kinderen, geboren in 2018 en 2022. De rechtbank Midden-Nederland had de beslissing over deze kwesties aangehouden en de raad voor de kinderbescherming verzocht een onderzoek te doen naar het belang van de kinderen.
Verzoekster, die eerder met de vader was getrouwd en bij wie een van de kinderen verblijft, kwam in hoger beroep tegen deze tussenbeschikking met het verzoek erkend te worden als belanghebbende in de procedure. De moeder, de andere ouder, verzocht het hof de beschikking te bekrachtigen.
Het hof oordeelde dat de beschikking van de rechtbank geen eind- of deelbeschikking was, maar een tussenbeschikking waartegen in beginsel geen hoger beroep openstaat zonder verlof. Omdat verzoekster geen verlof had verkregen, werd zij niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Verzoekster is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep tegen de tussenbeschikking wegens ontbreken van verlof tot tussentijds hoger beroep.