Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
1.Het verdere verloop van de procedure bij het hof
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling in hoger beroep
-arrest [1] , geoordeeld dat wanneer inschrijvers of gegadigden niet tegen een gunningsbeslissing zijn opgekomen of bij de voorzieningenrechter in eerste aanleg zonder succes tegen een gunningsbeslissing zijn opgekomen, de daarna tot stand gekomen overeenkomst alleen kan worden aangetast:
(i) wegens strijd met het aanbestedingsrecht in de bijzondere gevallen genoemd in art. 4.15 lid 1 Aw en binnen de in lid 2 van die bepaling voorgeschreven termijn, waarbij de in art. 4.15 lid 1 aanhef en onder b Aw bedoelde vernietigingsgrond niet meer aan de orde is; of
(ii) op andere gronden in het geval van wilsgebreken en in het geval van nietigheid of vernietigbaarheid ingevolge artikel 3:40 BW Pro (op een andere grond dan strijd met het aanbestedingsrecht).
Dat brengt mee dat ook vorderingen waarmee wordt beoogd die overeenkomst te beëindigen of de uitvoering daarvan te verhinderen, alleen toegewezen kunnen worden in deze gevallen [2] .
definitieleidt tot gunning van de opdracht aan de inschrijver die de inschrijving met de beste prijs-kwaliteit verhouding heeft ingediend. Ten onrechte heeft de voorzieningenrechter in plaats daarvan geoordeeld dat het
niet aannemelijkis geworden dat de door de gemeente gehanteerde gunningssystematiek daartoe leidt.
per definitieleidt tot gunning van de opdracht aan de inschrijver die de inschrijving met beste prijs-kwaliteit verhouding heeft ingediend) voorbij aan de vrijheid die de gemeente als aanbestedende dienst toekomt. De gemeente bepaalt welke gunningscriteria zij wenst te hanteren en welke aspecten zij in welke mate wenst mee te wegen bij de invulling van de economisch meest voordelige inschrijving. Dat is een aanbestedende dienst toegestaan zolang daarbij wordt voldaan aan de regels van de Aw (uitgelegd in het licht van de bepalingen van Richtlijn 2014/24/EU [4] , waarop de Aw mede is gebaseerd).