Belanghebbende heeft op 8 januari 2020 een aanvraag vooroverleg ingediend voor een verbouwing. De gemeente Soest bracht leges van €500 in rekening voor het in behandeling nemen van deze aanvraag. Na bezwaar en een uitspraak van de rechtbank, waarin de legesheffing werd bevestigd, stelde belanghebbende hoger beroep in.
Het hof constateert dat het vooroverleg uiteindelijk op 11 november 2024 is afgerond, waarmee vaststaat dat de aanvraag in behandeling is genomen. De legesverordening van de gemeente Soest bepaalt dat leges verschuldigd zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag. De vertraging van ruim vier jaar en de financiële gevolgen daarvan betreurt het hof, maar deze kunnen niet leiden tot het niet verschuldigd zijn van leges.
Het hof wijst de door belanghebbende gestelde voorwaarden af omdat deze niet op grond van wettelijke bepalingen aan de legesheffing kunnen worden verbonden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Het hof ziet geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten.