De gemeente Overbetuwe vorderde bij de rechtbank Gelderland dat werd vastgesteld dat zij eigenaar is van een strook grond tussen haar perceel en de openbare weg, en dat Dito Vastgoed Beheer het gebruik daarvan moet staken en ontruimen. De rechtbank oordeelde dat Dito door meer dan twintig jaar openbaar en ondubbelzinnig bezit eigenaar is geworden van de strook grond op grond van bevrijdende verjaring. De gemeente stelde hoger beroep in om deze uitspraak te laten vernietigen.
In hoger beroep bevestigde het hof de feiten zoals vastgesteld door de rechtbank: Dito had sinds de jaren tachtig de strook grond ingericht met parkeerstroken, beplanting, sierlantaarns en afzettingen met paaltjes en kettingen, waardoor zij zich als eigenaar gedroeg. De gemeente voerde aan dat de strook grond een publieke bestemming heeft en dat de inrichting onvoldoende afbakening bood, maar het hof oordeelde dat voor bezit niet vereist is dat de grond volledig ontoegankelijk is en dat de inrichting en het gebruik duidelijk de pretentie van eigendom uitstraalden.
Het hof verwierp ook het argument dat de publieke bestemming een aparte maatstaf voor bezit rechtvaardigt, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad. De conclusie is dat Dito door bevrijdende verjaring eigenaar is geworden van de strook grond. Het hof bekrachtigde het vonnis van de rechtbank en veroordeelde de gemeente tot betaling van de proceskosten in hoger beroep.