ECLI:NL:GHARL:2025:7900

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
9 december 2025
Publicatiedatum
10 december 2025
Zaaknummer
200.349.827
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep inzake weigering gegevensverstrekking door Kamer van Koophandel in verband met uittreksels uit het handelsregister

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 9 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep over de weigering van de Kamer van Koophandel (KvK) om gegevens te verstrekken van de persoon of personen die uittreksels uit het handelsregister hebben opgevraagd door de Stichting Kraamzorg De Waarden Groep en de Vereniging Brancheorganisatie Geboortezorg. De Waarden Groep c.s. had de KvK verzocht om deze gegevens te verstrekken, omdat zij meenden dat deze informatie noodzakelijk was om te kunnen optreden tegen de verspreider(s) van een dossier waarin ernstige beschuldigingen tegen hen waren geuit. De rechtbank had eerder een deel van hun vorderingen toegewezen, maar de KvK ging in hoger beroep tegen deze beslissing.

Het hof oordeelde dat de KvK niet onrechtmatig had gehandeld door de gevraagde gegevens niet te verstrekken. Het hof stelde vast dat er geen wettelijke verplichting voor de KvK bestond om deze gegevens te delen en dat de vorderingen van De Waarden Groep c.s. onvoldoende onderbouwd waren. De Waarden Groep c.s. had niet aangetoond dat de houder van het KvK-account betrokken was bij de opstelling of verspreiding van het dossier. Bovendien was het hof van mening dat de KvK's positie als beheerder van het handelsregister en de bescherming van de privacy van de opvrager van de uittreksels zwaarwegende belangen zijn die in dit geval zwaarder wegen dan het belang van De Waarden Groep c.s. om de gegevens te verkrijgen.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en wees de vorderingen van De Waarden Groep c.s. af. Tevens werd De Waarden Groep c.s. veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de KvK, zowel in eerste aanleg als in hoger beroep. De uitspraak benadrukt de grenzen van het inzagerecht en de verantwoordelijkheden van de KvK in het kader van de bescherming van persoonsgegevens.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem
afdeling civiel recht
zaaknummer gerechtshof 200.349.827
zaaknummer rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht: 567614
arrest van 9 december 2025
in de zaak van
Kamer van Koophandel
die is gevestigd in Utrecht
die hoger beroep heeft ingesteld
en bij de rechtbank optrad als gedaagde partij
hierna: KvK
advocaat: mr. F.H.M. Eijdems
tegen

1.Stichting Kraamzorg De Waarden Groep

die is gevestigd in Schoonhoven

2. Vereniging Brancheorganisatie Geboortezorg

die is gevestigd in Utrecht

3. [geïntimeerde3]

die woont in [woonplaats1]

4. [geïntimeerde4]

die woont in [woonplaats2]

5. [geïntimeerde5]

die woont in [woonplaats3]
en bij de rechtbank optraden als eisende partijen
hierna samen: De Waarden Groep c.s. (vrouwelijk enkelvoud) en ieder afzonderlijk: De Waarden Groep, Geboortezorg, [geïntimeerde3] , [geïntimeerde4] en [geïntimeerde5]
in hoger beroep: niet verschenen

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Op 27 augustus 2025 heeft een mondelinge behandeling bij het hof plaatsgevonden. Daarvan is een verslag gemaakt dat aan het dossier is toegevoegd (het proces-verbaal). Hierna heeft het hof bepaald arrest te wijzen.

2.De kern van de zaak

2.1.
De Waarden Groep c.s. heeft KvK gevraagd om de gegevens van de persoon of personen die uittreksels uit het handelsregister van onder meer De Waarden Groep en Geboortezorg hebben opgevraagd. KvK heeft geweigerd die gegevens te verstrekken. De Waarden Groep c.s. vindt dat KvK die gegevens wel moest verstrekken.
2.2.
De Waarden Groep c.s. heeft -naast een vordering tegen Google, die in hoger beroep geen rol meer speelt- bij de rechtbank gevorderd dat KvK werd bevolen om accountgegevens, (e-mail)adresgegevens en bankgegevens te verstrekken van de personen die genoemde uittreksels uit het handelsregister hadden opgevraagd.
2.3.
De rechtbank heeft deze vorderingen deels toegewezen. [1] De bedoeling van KvK met dit hoger beroep is dat de vorderingen van De Waarden Groep c.s. alsnog volledig worden afgewezen.
Uitkomst van het hoger beroep
2.4.
Het hof zal het vonnis van de rechtbank vernietigen en de vorderingen van De Waarden Groep c.s. alsnog afwijzen. Hierna wordt toegelicht hoe het hof tot dit oordeel komt.

3.De toelichting op de beslissing van het hof

Relevante feiten
3.1.
De Waarden Groep is een kraamzorgorganisatie die kraamzorg levert in het westen van Nederland. Geboortezorg is een landelijke brancheorganisatie binnen de kraamzorgbranche die zich richt op landelijke belangenbehartiging en ondersteuning van zorgorganisaties die actief zijn in de geboortezorg. Kraamzorg is een van de leden van Geboortezorg.
3.2.
KvK is een zelfstandig bestuursorgaan dat is belast met het beheer van het handelsregister. De taken en verantwoordelijkheden van de KvK zijn onder meer geregeld in de Handelsregisterwet 2007 [2] (hierna: Hrw).
3.3.
Vanuit het e-mailaccount [e-mailadres1] is rond 30 januari
2022 een omvangrijk document, getiteld ‘ [naam1] ’ en ondertekend door
‘ [naam2] ', breed gedeeld binnen de kraamzorgbranche, media en
politiek (hierna: het dossier). In het document worden vermeende misstanden in de kraambranche aan de orde gesteld en wordt De Waarden Groep c.s. beschuldigd van onder meer belangenverstrengeling, zelfverrijking, machtsmisbruik, corruptie en subsidiefraude. Ook worden er in het document privégegevens en privéfoto’s gedeeld van verschillende bestuurders en familieleden.
3.4.
De Waarden Groep c.s. wil kunnen optreden tegen de verspreider(s) van dit dossier, maar weet niet welke personen dat zijn. Bij het dossier waren 39 uittreksels uit het handelsregister gevoegd, waar op twee daarvan vermeld staat op welk moment (datum en tijdstip) die uittreksels zijn vervaardigd.
3.5.
Op 3 maart 2022 heeft de advocaat van De Waarden Groep een brief gestuurd aan KvK waarin KvK wordt verzocht om gegevens te verstrekken van de persoon of personen die de hiervoor genoemde uittreksels bij KvK hebben opgevraagd. KvK heeft dit verzoek op 15 maart 2022 afgewezen.
Onvoldoende onderbouwd dat KvK onrechtmatig heeft gehandeld
3.6.
De vraag die voorligt is of KvK onrechtmatig heeft gehandeld door een ongeschreven zorgvuldigheidsnorm als bedoeld in artikel 6:162 BW te schenden. Het is aan De Waarden Groep c.s. om dat te onderbouwen. De Waarden Groep c.s. heeft betoogd dat de inhoud van het dossier schadelijk is, onder meer omdat de daarin geuite beschuldigingen lasterlijk en beledigend zijn en haar eer en goede naam aantasten. Daarmee is het dossier volgens De Waarden Groep c.s. onmiskenbaar onrechtmatig tegenover haar. Zij heeft KvK erop gewezen dat dit onrechtmatige dossier met behulp van de uittreksels uit het handelsregister is verspreid en aan KvK gevraagd de gegevens te verstrekken van de persoon of personen die deze uittreksels hebben opgevraagd. Ondanks dat KvK door het verstrekken van deze gegevens een eind had kunnen maken aan de onrechtmatige gedragingen en De Waarden Groep c.s. in staat had kunnen stellen om ‘de dader(s)’ in rechte te betrekken, heeft KvK dat geweigerd. Door dit te weigeren handelt KvK in strijd met de van haar te verwachten zorgvuldigheid, zodat zij tegenover haar aansprakelijk is, aldus steeds De Waarden Groep c.s.
3.7.
Het hof stelt voorop dat er geen wettelijke verplichting geldt voor KvK op basis waarvan zij de gevraagde gegevens moet verstrekken. Partijen twisten over de relevantie voor dit geschil van een uitspraak van de Hoge Raad. In die zaak oordeelde de Hoge Raad dat een hosting provider onrechtmatig handelde door geen NAW-gegevens van een websitehouder te verstrekken die zich op zijn website zeer negatief had uitgelaten over de persoon die de NAW-gegevens verzocht (hierna: het Lycos-arrest). [3] Uit dat arrest volgt dat het van de concrete omstandigheden van het geval afhangt of een hosting provider onrechtmatig handelt door de gevraagde gegevens niet te verstrekken. Daarnaast volgt uit het Lycos-arrest dat er geen algemene regel bestaat dat ieder die kennis bezit van bepaalde informatie verplicht is deze te verschaffen aan degene die bij kennisneming van die voor hem onbekende informatie een redelijk belang heeft. [4]
3.8.
KvK voert terecht aan dat haar positie anders is dan die van een hosting provider. Anders dan De Waarden Groep c.s. aanvoert, heeft KvK met haar diensten niet bijgedragen aan de verspreiding van het dossier met de zeer negatieve uitlatingen over De Waarden Groep c.s. De uittreksels die via KvK zijn verkregen en bij dat dossier zijn gevoegd zijn op zichzelf niet onrechtmatig tegenover De Waarden Groep c.s. en ook het opvragen van deze uittreksels is niet onrechtmatig. Dat en hoe het dossier met behulp van de uittreksels zou zijn verspreid, heeft De Waarden Groep c.s. niet toegelicht en volgt ook niet uit de feiten. Het dossier is verspreid via een [naam3] account naar een groot aantal ontvangers. Die verspreiding staat los van (het opvragen van) de uittreksels die bij dat dossier zijn gevoegd. Door het ontbreken van een faciliterende rol van KvK bij de verspreiding van het dossier is niet komen vast te staan dat KvK een einde had kunnen maken aan de onrechtmatige gedragingen, zoals De Waarden Groep c.s. aanvoert.
3.9.
Het is op zichzelf voldoende aannemelijk dat De Waarden Groep c.s. een reëel belang heeft om de opstellers en/of de verspreiders van het dossier aan te kunnen spreken. Tussen partijen staat echter vast dat de uittreksels uit het handelsregister zijn opgevraagd vanuit een bedrijfsaccount van een besloten vennootschap (B.V.). Het is daardoor onzeker of de gevraagde gegevens wel leiden tot de persoon of personen die het dossier hebben opgesteld en/of verspreid, zoals KvK terecht aanvoert. Daarom bestaat een risico dat KvK met het verstrekken van die gegevens niet de gegevens verstrekt van de opstellers en/of de verspreiders van het dossier, maar van een houder van een account bij KvK die niet betrokken is bij het dossier. Op de mondelinge behandeling bij het hof heeft KvK toegelicht dat dit risico zich ook daadwerkelijk heeft gerealiseerd: zij is na verstrekking van de accountgegevens aan De Waarden Groep c.s. -om te voldoen aan het vonnis- benaderd door de houder van het account die stelt het dossier niet te hebben opgesteld.
3.10.
Daarnaast heeft KvK gemotiveerd betwist dat De Waarden Groep c.s. geen minder ingrijpende mogelijkheid had om de door haar gewenste gegevens te verkrijgen. KvK wijst er terecht op dat het aannemelijker is dat de gegevens van Google van het betreffende [naam3] account daadwerkelijk leiden tot identificatie van de opstellers en/of verspreiders van het dossier. Weliswaar heeft De Waarden Groep c.s. aangevoerd dat het [naam3] account niet meer bestaat, maar zij heeft niet onderbouwd waarom zij niet tijdens de termijn waarbinnen Google accountgegevens bewaart deze bij Google kon opvragen.
Ook wijst KvK op haar bijzondere positie. Zij heeft de wettelijke taak om het handelsregister te beheren en ook om ervoor te zorgen dat bepaalde gegevens uit dat register door een ieder kunnen worden ingezien. [5] De gegevens van degene die een uittreksel uit het handelsregister opvraagt, vallen niet onder de gegevens die openbaar toegankelijk zijn. Dat brengt mee dat een opvrager van deze uittreksels in beginsel erop mag vertrouwen dat zijn accountgegevens niet aan derden worden verstrekt door KvK. Daarbij wijst KvK erop dat de verstrekking van deze gegevens de informatievrijheid zou kunnen beperken, omdat dit een remmend effect zou kunnen hebben op het raadplegen van het handelsregister. Zij weet ook niet of een opvrager een journalist is, waardoor de mogelijkheid kan bestaan dat zij gegevens van een journalist verstrekt en daarmee het belang van de persvrijheid kan schaden. De Waarden Groep c.s. heeft onvoldoende onderbouwd dat ondanks de door KvK genoemde risico’s bij verstrekking van de gegevens van de houder van het account bij KvK, haar belangen om die gegevens te verkrijgen zwaarder wegen.
3.11.
Deze omstandigheden brengen mee dat van onrechtmatig handelen van KvK tegenover De Waarden Groep c.s. geen sprake is, waardoor haar vordering tot verstrekking van genoemde gegevens niet op die grond kan worden toegewezen.
Inzage op grond van artikel 843a (oud) Rv of artikel 194 Rv?
3.12.
De Waarden Groep c.s. heeft ook een beroep gedaan op het inzagerecht van artikel 843a Rv (oud). Dat artikel is op 1 januari 2025 vervangen door een nieuwe regeling die is uitgewerkt in de artikelen 194 tot en met 195a Rv. Uit het overgangsrecht volgt dat deze nieuwe regeling geldt voor procedures die op of na 1 januari 2025 bij de desbetreffende instantie aanhangig worden gemaakt. [6] Omdat het hoger beroep met de dagvaarding van 6 januari 2025 is ingeleid, is de nieuwe regeling van toepassing. De uitspraken van de Hoge Raad over artikel 843a Rv (oud) zijn nog wel relevant, omdat de nieuwe regeling inhoudelijk niet fundamenteel afwijkt van die oude bepaling over het inzagerecht. Op grond van deze regeling heeft De Waarden Groep c.s. het recht op inzage in bepaalde gegevens als zij partij is bij een rechtsbetrekking en voldoende belang heeft bij die gegevens, tenzij een wettelijke uitzondering geldt.
3.13.
De Waarden Groep c.s. heeft bij de rechtbank gewezen op de mogelijkheid die voortvloeit uit een uitspraak van de Hoge Raad, waarin is geoordeeld dat inzage in gegevens kan worden gevraagd aan een derde die zelf geen partij is bij de rechtsbetrekking. [7] Inmiddels is dit ook expliciet geregeld in artikel 195a Rv, zodat De Waarden Groep c.s. bij KvK op zichzelf inzage kan vragen in gegevens die betrekking hebben op een geschil dat De Waarden Groep c.s. heeft met een andere partij. Anders dan KvK aanvoert, is alleen vereist dat De Waarden Groep c.s. partij is bij de rechtsbetrekking inzake de gegevens waarin zij inzage vraagt en is geen rechtsbetrekking tussen De Waarden Groep c.s. en KvK zelf vereist.
3.14.
De Waarden Groep c.s. vraagt inzage in de gegevens van degene die de uittreksels uit het handelsregister heeft opgevraagd. De voor toewijzing van de inzagevordering noodzakelijke rechtsbetrekking bestaat volgens De Waarden Groep c.s. tussen haar en de opstellers/verspreiders van het dossier. Volgens De Waarden Groep c.s. hebben die opstellers/verspreiders onrechtmatig jegens haar gehandeld. De gegevens waarvan inzage wordt gevorderd moeten dus zien op die specifieke rechtsbetrekking. Aan deze voorwaarde is niet voldaan.
3.15.
De Waarden Groep c.s. vraagt namelijk inzage in de account-, adres- en bankgegevens van de houder van het account via welke de uittreksels uit het handelsregister waren opgevraagd die bij het dossier waren gevoegd. Gelet op wat KvK heeft aangevoerd, heeft De Waarden Groep c.s. onvoldoende onderbouwd dat deze houder van het KvK-account betrokken is bij het opstellen en/of verspreiden van het dossier. Zoals hiervoor in 3.9 overwogen staat vast dat het gaat om een bedrijfsaccount. Het account kan daarom niet zonder meer gekoppeld worden aan specifieke personen die de uittreksels hebben opgevraagd. Bovendien is onvoldoende gemotiveerd onderbouwd dat de houder van het account ook de opsteller en/of verspreider is van het dossier, waardoor De Waarden Groep c.s. de rechtsbetrekking inzake de gevraagde gegevens onvoldoende heeft onderbouwd. Haar inzagevordering met betrekking tot genoemde gegevens zal daarom niet worden toegewezen. Dit brengt mee dat de vorderingen van De Waarden Groep c.s. alsnog zullen worden afgewezen en KvK geen belang meer heeft bij een verdere beoordeling van haar standpunten.
De conclusie
3.16.
Het hoger beroep slaagt. Omdat De Waarden Groep c.s. in het ongelijk wordt gesteld, zal het hof De Waarden Groep c.s. tot betaling van de proceskosten in zowel hoger beroep als bij de rechtbank veroordelen en de vordering van KvK tot terugbetaling van de proceskosten bij de rechtbank toewijzen. Onder de proceskosten vallen ook de nakosten die onder meer nodig zijn voor de betekening van de uitspraak en de wettelijke rente daarover. De rente is verschuldigd vanaf veertien dagen na die betekening. [8]
3.17.
De veroordelingen in deze uitspraak kunnen ook ten uitvoer worden gelegd als een van partijen de beslissing van het hof voorlegt aan de Hoge Raad (uitvoerbaarheid bij voorraad).

4.De beslissing

Het hof:
4.1.
vernietigt het vonnis van de rechtbank Midden-Nederland zittingsplaats Utrecht van 9 oktober 2024, zoals hersteld bij het vonnis van 23 oktober 2024;
4.2.
wijst de vorderingen van De Waarden Groep c.s. af;
4.3.
veroordeelt De Waarden Groep c.s. tot terugbetaling aan KvK van de proceskosten die KvK op grond van het hiervoor genoemde vonnis aan haar heeft betaald;
4.4.
veroordeelt De Waarden Groep c.s. tot betaling van de volgende proceskosten van KvK tot aan de uitspraak van de rechtbank:
€ 676 aan griffierecht
€ 1.228 aan salaris van de advocaat van KvK (2 procespunten x € 614)
en tot betaling van de volgende proceskosten van KvK in hoger beroep:
€ 827 aan griffierecht
€ 144,47 aan kosten voor het bekendmaken (betekenen) van de dagvaarding aan De Waarden Groep c.s.
€ 2.428 aan salaris van de advocaat van KvK (2 procespunten x € 1.214);
4.5.
bepaalt dat al deze bedragen moeten worden betaald binnen 14 dagen na vandaag en als niet op tijd wordt betaald, dan worden die bedragen verhoogd met de wettelijke rente;
4.6.
verklaart de veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;
4.7.
wijst af wat verder is gevorderd.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.P.M. Hennekens, S.M. Evers en Th. Veling en is door de rolraadsheer in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 9 december 2025.

Voetnoten

1.Rechtbank Midden-Nederland, zittingsplaats Utrecht, 9 oktober 2024 en hersteld bij vonnis van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RBMNE:2024:5787.
2.Wet van 22 maart 2007, houdende regels omtrent een basisregister van ondernemingen en rechtspersonen,
3.HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4019.
4.HR 25 november 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU4019, ro. 5.2.2.
5.Artikel 21 en 22 Handelsregisterwet.
6.Kamerstukken II 2021/22, 35498, nr. 7, p.3 onder F.
7.HR 10 juli 2015, ECLI:NL:HR:2015:1834, ro. 3.6.1-3.6.6.
8.HR 10 juni 2022, ECLI:NL:HR:2022:853.