Uitspraak
1.[geïntimeerde1] (hierna: [geïntimeerde1] )
2. [geïntimeerde2] (hierna: [geïntimeerde2] )
3. [geïntimeerde3] (hierna: [geïntimeerde3] )
4. [geïntimeerde4] (hierna: [geïntimeerde4] )
5. [geïntimeerde5] (hierna: [geïntimeerde5] )
6. [geïntimeerde6] (hierna: [geïntimeerde6] )
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven, tevens wijziging van eis
- een akte van [appellant]
2.De kern van de zaak en de vaststaande feiten
3.De toelichting op de beslissing van het hof
niet zonder meer de maatstaf van de gemiddelde huurder geldt’ en dat er — in de normstelling – ruimte moet zijn voor een andere grensbepaling bij een studentenpand, omdat de ‘
leefwijze van studenten, en mogelijk in het bijzonder van dispuutsleden, [afwijkt] van dat van andere huurders’ (rechtsoverweging 4.12 van het vonnis). Daarnaast heeft de kantonrechter onterecht geoordeeld dat ‘
op het punt van netheid’‘
een studentenhuis, en wellicht in het bijzonder een dispuutshuis, niet langs de lat van een gemiddelde huurder hoeft te worden beoordeeld’ (rechtsoverweging 4.15 van het vonnis). De studentennorm die de kantonrechter hanteert is ongedefinieerd en niet op de wet gegrond. Er wordt wel een ondergrens genoemd, namelijk dat niet ‘
vrijwel ieder (studentikoos) gedrag moet worden geduld’, maar daarmee is nog niet bepaald waar de grens ligt. Bovendien zal er een glijdende schaal ontstaan als een in de persoon of situatie van de huurder gelegen omstandigheid bepaalt aan welke norm de tekortkoming in de nakoming moet worden getoetst. De persoonlijke omstandigheden van de huurder kunnen wel in de tenzij-clausule van artikel 6:265 BW Pro betrokken worden, maar niet bij de vraag of van tekortschieten op zichzelf sprake is.
in ieder geval (…) objecten waardoor de bouwkundige vrije breedte van de verkeersruimte wordt ingeperkt, tenzij er ten minste een beschikbare breedte van 0,85 m overblijft.’Daarnaast is in artikel 6.13D van de algemene huurvoorwaarden van [appellant] , die op alle huurovereenkomsten van de huurders van toepassing zijn verklaard, bepaald dat de huurders alle gangen en vluchtroutes zullen vrijhouden van fietsen, meubilair, andere obstakels en/of goederen. Gelet op (onder meer) de foto’s die [appellant] van het gehuurde in het geding heeft gebracht (productie 14 tot en met 19 bij akte voor de mondelinge behandeling op 3 september 2024), hebben de huurders deze bepalingen overtreden. De kantonrechter heeft volgens [appellant] ten onrechte beoordeeld of de belemmering ‘gevaarzettend’ was, terwijl elke belemmering of versperring van de vluchtroute per definitie gevaarzettend is.
4.De beslissing
9 december 2025.