Partijen zijn in 2016 in gemeenschap van goederen gehuwd zonder huwelijkse voorwaarden, met de man woonachtig in België en de vrouw in Nederland. Na het verzoek tot echtscheiding in juni 2024 heeft de rechtbank in februari 2025 de echtscheiding uitgesproken en partneralimentatie vastgesteld, waarbij de man verstek liet gaan.
De man stelde in hoger beroep onder meer dat de alimentatie te hoog is en dat de vrouw volledig draagplichtig zou moeten zijn voor de gezamenlijke schuld aan de ING Bank. Het hof oordeelt dat de hoofdregel geldt dat ieder ex-partner voor de helft draagplichtig is voor gemeenschapsschulden, omdat geen totaalafspraak is bereikt.
Verder stelt het hof vast dat de vrouw recht heeft op partneralimentatie, maar verlaagt het bedrag naar €630 bruto per maand op basis van behoefte, draagkracht en inkomensvergelijking. De verdeling van de Peugeot wordt aangepast met een overbedeling van €2.700 ten gunste van de man. De proceskosten worden gecompenseerd, ieder draagt eigen kosten.