Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHARL:2025:8051

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
16 december 2025
Zaaknummer
200.356.508
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:451 BWArt. 1:462 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot ontslag mentor bij complexe zorgvraag

Op 15 mei 2019 werd een mentorschap ingesteld voor betrokkene, die een complexe zorgvraag heeft. ReNaMentor B.V. is momenteel de mentor. De moeder verzocht om ontslag van de mentor, stellende dat de mentor tekortschiet in communicatie en belangenbehartiging, en dat de familie niet betrokken wordt bij zorgoverleggen.

De kantonrechter wees dit verzoek op 28 maart 2025 af, waarna de moeder in hoger beroep ging. Het hof ontving schriftelijke stukken en hield op 28 november 2025 een zitting met betrokken partijen. De mentor en zorginstelling ’s Heeren Loo stelden dat de mentor adequaat handelt in het belang van betrokkene, die kwetsbaar is en gebaat bij stabiliteit.

Het hof oordeelde dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag van de mentor. De mentor vervult zijn taak naar behoren, is kritisch en betrokken bij de zorg, en onderhoudt contact met de familie ondanks moeizame communicatie. Het vertrouwen tussen familie en mentor is beschadigd, maar dit leidt niet tot ontslag. De beschikking van de kantonrechter wordt bekrachtigd en het verzoek van de moeder wordt afgewezen.

Uitkomst: Het hof wijst het verzoek tot ontslag van de mentor af en bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.356.508
(zaaknummer rechtbank Gelderland 11508392 MP VERZ 25-156)
beschikking van 16 december 2025
over het mentorschap van
[betrokkene]( [betrokkene] )
in de zaak van
[moeder](de moeder),
die woont in [woonplaats1] ,
verzoekster in hoger beroep,
advocaat: mr. M.C. Kedis,
en
[betrokkene] ,
wonende te [woonplaats2] ,
belanghebbende in hoger beroep,
en
ReNaMentor B.V.(de mentor),
die is gevestigd in Zwolle,
belanghebbende in hoger beroep,
en
[broer](de broer),
die woont in [woonplaats3] ,
belanghebbende in hoger beroep,
en
[zus](de zus),
die woont in [woonplaats4] ,
belanghebbende in hoger beroep,
en
[vader](de vader),
die verblijft op een onbekend adres,
belanghebbende in hoger beroep,
en
Stichting ’s Heeren Loo Zorggroep(’s Heeren Loo),
die is gevestigd in Amersfoort,
belanghebbende in hoger beroep.

1.Samenvatting

Op 15 mei 2019 heeft de kantonrechter in de rechtbank Midden-Nederland een mentorschap ingesteld ten behoeve van [betrokkene] . Op dit moment is ReNaMentor B.V. de mentor van [betrokkene] .
De kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, heeft op 28 maart 2025 het verzoek van de moeder tot ontslag van de mentor van [betrokkene] afgewezen. Het hof beslist dat dit zo moet blijven legt hierna uit waarom.

2.De procedure bij het hof

2.1.
De moeder is het niet eens met de beslissing van de kantonrechter. Zij komt daarvan in hoger beroep. Zij wil dat het hof de beslissing van de kantonrechter ongedaan maakt en alsnog het verzoek tot ontslag van de mentor toewijst. Als het hof dit niet doet, vraagt de moeder het hof om de mentor te vervangen door een mentor die wordt aangedragen door (één van) de twee zorginstellingen, of een mentor die in overleg met de betrokken gemeente wordt aangedragen.
2.2.
De mentor en ’s Heeren Loo willen dat de beslissing van de kantonrechter in stand blijft.
De informatie die het hof heeft ontvangen
2.3.
Het hof heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het beroepschrift, ontvangen op 27 juni 2025;
  • een brief van ’s Heeren Loo van 7 oktober 2025.
2.4.
De mondelinge behandeling (zitting) bij het hof was op 28 november 2025. Aanwezig waren:
  • de moeder, met haar advocaat en bijgestaan door een tolk in de Spaanse taal;
  • de zus;
  • twee vertegenwoordigers namens de mentor;
  • vier vertegenwoordigers namens ’s Heeren Loo.

3.Het oordeel van het hof

Wat in de wet staat
3.1.
Op grond van artikel 1:462 lid 1 BW Pro kan de mentor ontslag worden verleend. Dit kan op eigen verzoek, vanwege gewichtige redenen of omdat hij niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden. Een verzoek tot ontslag kan worden ingediend door de medementor en door degenen die gerechtigd zijn om mentorschap te verzoeken (artikel 1:451 lid 1 en Pro 2 juncto 1:462 lid 2 BW). Ontslag kan ook ambtshalve door de rechter worden verleend.
De standpunten van de moeder, de mentor en ’s Heeren Loo
3.2.
De moeder voert aan dat de mentor tekortschiet in de behartiging van de belangen van [betrokkene] . De familie van [betrokkene] mag niet aansluiten bij overleggen over zorg. Vragen over ingezette maatregelen volgens de Wet zorg en dwang worden niet bespreekbaar gemaakt. De mentor schiet tekort in de communicatie. De mentor wil niet overleggen met de familie, waardoor verbetering van de situatie van [betrokkene] en zijn belangen is uitgebleven. De mentor werkt niet mee aan de gewenste verhuizing van [betrokkene] , terwijl die verhuizing in zijn belang is. De moeder heeft geen vertrouwen in de mentor en ziet geen mogelijkheid meer tot constructieve samenwerking met de huidige mentor. De mentor moet daarom worden ontslagen.
3.3.
De mentor voert aan dat het niet in het belang van [betrokkene] is als hij een andere mentor zal krijgen. [betrokkene] heeft ernstige verstandelijke en lichamelijke beperkingen. Hij had na de verhuizing naar 's Heeren Loo een lange periode nodig om te wennen. Dit had weerslag op zijn gedrag en gezondheid. [betrokkene] is kwetsbaar en gevoelig voor overgangsmomenten en veranderingen in zijn structuur. De visie van de moeder is anders dan de visie van de mentor en 's Heeren Loo. De mentor heeft geprobeerd om de moeder te betrekken bij multidisciplinaire overleggen, maar dit heeft niet gezorgd voor meer vertrouwen in de zorg.
3.4. ’
s Heeren Loo voert aan dat [betrokkene] een zeer complexe zorgvraag heeft, zowel op medisch, gedragsmatig als begeleidingsniveau. Vanwege zijn beperkingen en kwetsbaarheden is hij afhankelijk van een veilige, overzichtelijke en voorspelbare omgeving.
Volgens ’s Heeren Loo is de mentor actief betrokken en goed bereikbaar. De mentor is onafhankelijk en handelt in het belang van [betrokkene] . Zo vraagt de mentor om toelichting en onderbouwing van het beleid van 's Heeren Loo, voordat zij hiermee instemt.
Het oordeel van het hof
3.5.
Het hof is net als de kantonrechter van oordeel dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag van de mentor of dat de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden. Het hof zal de beschikking van de kantonrechter daarom bekrachtigen.
3.6.
[betrokkene] is een man van (eind) 24 jaar met een zeer complexe zorgvraag. De mentor heeft de taak om de belangen van [betrokkene] te behartigen, ook in de zorgverlening. Tussen de familie van [betrokkene] en de mentor is een verschil van inzicht over wat het beste voor [betrokkene] is. Uit de informatie in het dossier en door wat op de zitting in hoger beroep is besproken, is gebleken dat de mentor met een kritische blik kijkt naar de behandeling van [betrokkene] . De mentor laat zich informeren door de zorgverleners, voordat zij een beslissing neemt over [betrokkene] . Elke vier weken is er een multidisciplinair overleg, waarbij de mentor aanwezig is en wanneer er maatregelen volgens de Wet zorg en dwang zijn ingezet, worden deze geëvalueerd. Dit wordt ondersteund door wat 's Heeren Loo naar voren heeft gebracht.
3.7.
De mentor heeft in de afgelopen jaren een bemiddelende rol aangenomen tussen de zorgverleners en de familie van [betrokkene] . De familie is uitgenodigd om bij de multidisciplinaire overleggen aanwezig te zijn. Die gesprekken bleken moeizaam te verlopen en zorgden niet voor een verbetering van het vertrouwen in de zorg voor [betrokkene] . Ook de aanwezigheid van één van de familieleden als tolk voor de moeder bracht geen verbetering. Vervolgens is besloten dat de familie niet meer bij deze gesprekken aanwezig kon zijn. Het hof ziet dat de familie van [betrokkene] graag betrokken wil zijn bij de zorg. De mentor is echter de wettelijke vertegenwoordiger van [betrokkene] en in die rol aanwezig bij de multidisciplinaire overleggen. De mentor brengt de familie op de hoogte van wat is besproken en geeft de familie gelegenheid om input te geven. Het hof is van oordeel dat de mentor genoeg doet en heeft gedaan om de verstoorde communicatie met de familie van [betrokkene] te verbeteren.
3.8.
De moeder voert aan dat het vertrouwen in de mentor dusdanig is beschadigd dat voortzetting van het mentorschap onmogelijk is. Daarbij verwijst de moeder naar het arrest van de Hoge Raad van 9 juni 2006 (ECLI:NL:HR:2006:AV6047). Dit arrest gaat over een minimum aan vertrouwen tussen een betrokkene en een mentor. Wat de moeder aanvoert gaat over het vertrouwen tussen de familie van [betrokkene] en de mentor. Op grond van het hiervoor genoemde arrest kan dus niet worden geconcludeerd dat ontslag van de mentor moet volgen. Het hof merkt ter voorlichting aan de moeder en de familie nog op dat de mentor geen wettelijke plicht heeft om de familie te betrekken bij de beslissingen die zij in het kader van haar taakuitoefening dient te nemen. De familie heeft evenmin een afdwingbaar recht op inzage in het medische dossier van [betrokkene] : inzage kan alleen met toestemming van de mentor worden verleend, aangezien in dit geval [betrokkene] niet in staat is om zelf die toestemming te verlenen.
3.9.
Het hof is op grond van het voorgaande van oordeel dat de mentor de belangen van [betrokkene] op de juiste wijze behartigt en daarmee haar taken naar behoren uitvoert. Van gewichtige redenen die moeten leiden tot het ontslag van de mentor is dan ook niet gebleken. Het hof zal de verzoeken van de moeder daarom afwijzen.

4.De beslissing

Het hof, beschikkende in hoger beroep:
bekrachtigt de beschikking van de kantonrechter in de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, van 28 maart 2025;
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gegeven door mrs. M.H.F. van Vugt, K.A.M. van Os-ten Have en
C.M. Schönhagen, bijgestaan door mr. T.F. de Ruiter als griffier en is in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.