Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:HR:2006:AV6047

Hoge Raad

Datum uitspraak
9 juni 2006
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
R04/090HR
Instantie
Hoge Raad
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Cassatie
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:452 BWArt. 81 RO
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geschil over vervanging mentor tussen familieleden

Bij beschikking van 11 september 2001 werd de broer benoemd tot mentor en bewindvoerder van betrokkene. Op verzoek van betrokkene werd de kantonrechter verzocht om de zus als mentor te benoemen in plaats van de broer. De kantonrechter ontsloeg de broer als mentor en benoemde de zus op 15 juli 2003. De broer ging in hoger beroep bij het Gerechtshof, dat de beschikking van de kantonrechter op 28 april 2004 bekrachtigde.

De broer stelde vervolgens beroep in cassatie in bij de Hoge Raad. De Advocaat-Generaal adviseerde het cassatieberoep te verwerpen. De Hoge Raad oordeelde dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie konden leiden en dat nadere motivering niet nodig was omdat er geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling aan de orde waren.

De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt daarmee de benoeming van de zus als mentor. De beschikking is gegeven door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken door een raadsheer op 9 juni 2006.

Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de benoeming van de zus als mentor.

Uitspraak

9 juni 2006
Eerste Kamer
Rek.nr. R04/090HR
MK/JMH
Hoge Raad der Nederlanden
Beschikking
in de zaak van:
[De broer],
wonende te [woonplaats],
VERZOEKER tot cassatie,
advocaat: mr. P. Garretsen,
BELANGHEBBENDEN in cassatie:
1. [Betrokkene],
verblijvende te [woonplaats],
2. [De zus],
wonende te [woonplaats],
niet verschenen.
1. Het geding in feitelijke instanties
Bij beschikking van 11 september 2001 heeft de kantonrechter te 's-Gravenhage verzoeker tot cassatie - verder te noemen: de broer - benoemd tot mentor ten behoeve van belanghebbende in cassatie onder 1 - verder te noemen: betrokkene. Bij beschikking van diezelfde datum is de broer tevens benoemd tot bewindvoerder over de goederen van betrokkene.
Op 12 december 2002 heeft betrokkene de kantonrechter te 's-Gravenhage verzocht om in plaats van de broer belanghebbende in cassatie onder 2 - verder te noemen: de zus - te benoemen tot mentor. Dit verzoek is ter behandeling doorgezonden naar de rechtbank Rotterdam, sector kanton.
De broer heeft zich tegen dit verzoek verzet.
Bij beschikking van 15 juli 2003 heeft de kantonrechter de broer ontslagen als mentor en vervolgens de zus benoemd als mentor.
De broer is op 14 oktober 2003 tegen deze beschikking in hoger beroep gekomen bij het Gerechtshof te 's-Gravenhage. Op 7 april 2004 is de zaak mondeling behandeld. Tijdens deze behandeling zijn de broer, bijgestaan door zijn advocaat, de betrokkene en de zus gehoord.
Bij beschikking van 28 april 2004 heeft het hof de bestreden beschikking bekrachtigd.
De beschikking van het hof is aan deze beschikking gehecht.
2. Het geding in cassatie
Tegen de beschikking van het hof heeft de broer beroep in cassatie ingesteld. Het cassatierekest is aan deze beschikking gehecht en maakt daarvan deel uit.
Belanghebbenden hebben geen verweer gevoerd.
De conclusie van de Advocaat-Generaal F.F. Langemeijer strekt tot verwerping van het cassatieberoep.
De advocaat van de broer heeft bij brief van 31 maart 2006 op die conclusie gereageerd.
3. Beoordeling van het middel
De in het middel aangevoerde klachten kunnen niet tot cassatie leiden. Zulks behoeft, gezien artikel 81 RO Pro, geen nadere motivering nu de klachten niet nopen tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van de rechtseenheid of de rechtsontwikkeling.
4. Beslissing
De Hoge Raad verwerpt het beroep.
Deze beschikking is gegeven door de raadsheren H.A.M. Aaftink, als voorzitter, O. de Savornin Lohman en F.B. Bakels, en in het openbaar uitgesproken door de raadsheer E.J. Numann op 9 juni 2006.