Uitspraak
Jobinder,
die is gevestigd in [woonplaats2] ,
gevoegde partij aan de zijde van Jobinder,
hierna:
TVZ,
advocaat: mr. C.S.G. de Lange te Groningen,
[geintimeerde1],
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep (spoedappel) van 29 september 2025 met daarin de grieven;
- de memorie van antwoord van 4 november 2025;
- de incidentele conclusie tot voeging van TVZ van 4 november 2025;
- de memories van antwoord (strekkende tot toewijzing dan wel referte) in het voegingsincident;
- de beslissing van het hof tot toelating van TVZ als gevoegde partij van 28 november 2025;
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 2 december 2025 heeft plaatsgevonden, ter gelegenheid waarvan door Jobinder nog de producties 6 en 7, door TVZ nog de producties 10 tot en met 13 en door [geintimeerde1] nog (na hernummering) de producties 17 en 18 zijn ingebracht.
2.De kern van de zaak
3.De relevante feiten
2.19 Technische bekwaamheid
4.De toelichting op de beslissing van het hof
Primairi. verbiedt de Opdracht aan TVS te gunnen;
ii. gebiedt de Opdracht, voor zover zij die wil gunnen, aan [geintimeerde1] te gunnen;
Subsidiairiii. gebiedt nader onderzoek te doen naar de inschrijving van TVZ en deze in voorkomend geval terzijde te leggen;
In alle gevalleniv. verbiedt de Opdracht definitief te gunnen hangende de procedure in kort geding;
verzwaard met dwangsommen en met veroordeling in de proceskosten.
a. de inschrijving van TVS moet terzijde worden gelegd omdat TVS zich wat de referentie-eis betreft niet mocht beroepen op de referentie van Groep ;
b. de inschrijving van TVS moet terzijde worden gelegd omdat TVS vals heeft verklaard over die referentie;
c. Jobinder heeft wat de referentie van TVS betreft niet voldaan aan haar onderzoeksplicht;
d. Jobinder heeft op dat punt evenmin voldaan aan de op grond van artikel 2.130 Aanbestedingswet 2012 op haar rustende motiveringsplicht.
5.De beslissing
tot aan de uitspraak van de voorzieningenrechter: