ECLI:NL:GHARL:2025:8131

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
11 december 2025
Publicatiedatum
17 december 2025
Zaaknummer
P25-286
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging van de beslissing van de rechtbank Den Haag inzake de verlenging van de PIJ-maatregel voor een jeugdige met vreemdelingenstatus

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 11 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2025, die de PIJ-maatregel voor een jeugdige had verlengd met een termijn van vierentwintig maanden. De jeugdige, geboren in 2004 en verblijvende in een Rijks Justitiële Jeugdinrichting, heeft een vreemdelingenstatus die zijn traject bemoeilijkt. Het hof oordeelt dat het noodzakelijk is om de situatie van de jeugdige eerder te herzien dan na vierentwintig maanden, en beslist tot verlenging van de PIJ-maatregel met twaalf maanden. Dit besluit is genomen in het belang van de jeugdige, om hem zorgvuldig voor te bereiden op een terugkeer naar Kameroen. Het hof heeft de standpunten van de advocaat-generaal en de raadsvrouw van de jeugdige gehoord, waarbij de advocaat-generaal pleitte voor verlenging van de maatregel vanwege het hoge recidiverisico en de noodzaak om de ontwikkeling van de jeugdige te waarborgen. Het hof heeft vastgesteld dat de veiligheid van de maatschappij en de verdere ontwikkeling van de jeugdige de verlenging van de maatregel vereisen. De jeugdige heeft verschillende behandelingen ondergaan en er is een plan voor verdere therapieën en schoolontwikkeling. Het hof benadrukt dat de vreemdelingenstatus van de jeugdige een complicerende factor is in zijn behandeling en dat er op korte termijn opnieuw naar zijn situatie gekeken moet worden.

Uitspraak

PIJ P25/286
Beslissing van 11 december 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[jeugdige],
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2004,
verblijvende in Rijks Justitiële Jeugdinrichting [jeugdinrichting]
(hierna: [jeugdinrichting] ),
verder te noemen de jeugdige.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen
(hierna: PIJ-maatregel)met een termijn van vierentwintig maanden.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als de rechtbank en daarnaast op:
- het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
- de beslissing waarvan beroep;
- de akte van 1 juli 2025 waarbij de jeugdige beroep heeft ingesteld;
- de appelschriftuur van 4 augustus 2025;
- het elfde perspectiefplan van 20 november 2025;
- de aanvullende informatie van [jeugdinrichting] van 21 november 2025.
Het hof heeft ter zitting van 27 november 2025 gehoord de advocaat-generaal,
mr. R.J.A. Segerink, de jeugdige, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. R. Shahbazi, advocaat te ’s-Gravenhage. Het hof heeft ter zitting ook gehoord [deskundige] , gedragswetenschapper bij [jeugdinrichting] .

Overwegingen

Het standpunt van de deskundige
De jeugdige werkt mee aan verschillende behandelingen. Daarnaast is hij bezig met medicatieafbouw. Er wordt geprobeerd het aantal prikkels op te voeren door middel van verlof. Verlof is essentieel voor het traject van de jeugdige. In het geval dat het praktiseren van verlof niet wordt toegestaan, is het wenselijk dat er over twaalf maanden kan worden gekeken naar de stand van zaken. Ook kan dan de situatie rondom de terugkeer van de jeugdige naar Kameroen worden bekeken. De Dienst Terugkeer en Vertrek gaat de terugkeer van de jeugdige pas in behandeling nemen op het moment dat de PIJ-maatregel is beëindigd. De reclassering heeft het advies aangepast en adviseert de PIJ-maatregel te verlengen met een termijn van twaalf maanden.
Het standpunt van de jeugdige
De raadsvrouw heeft verzocht de beslissing van de rechtbank te vernietigen en daarnaast primair de PIJ-maatregel te beëindigen. De Immigratie- en Naturalisatiedienst is duidelijk: de jeugdige moet terugkeren naar Kameroen . De jeugdige kan in Kameroen verder behandeld worden. De Dienst Terugkeer en Vertrek gaat pas in actie komen op het moment dat de PIJ-maatregel is beëindigd. Daarnaast is het traject van de jeugdige gestagneerd. Verlenging van de PIJ-maatregel zal niet bijdragen aan de verdere ontwikkeling van de jeugdige. Subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht de PIJ-maatregel te verlengen met een termijn van twaalf maanden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
De advocaat-generaal heeft geconcludeerd tot vernietiging van de beslissing van de rechtbank. De advocaat-generaal heeft verzocht de PIJ-maatregel te verlengen met een termijn van twaalf maanden om een vinger aan de pols te houden vanwege de onzekerheden. Er is sprake van een hoog recidiverisico dat voortkomt uit de problematiek van de jeugdige. Het gaat nu goed met hem, maar hij kan niet (goed) oefenen met vrijheden. De medicatie wordt in samenspraak met [jeugdinrichting] afgebouwd, maar het is van belang daarmee te oefenen in combinatie met meer prikkels. Vanwege de vreemdelingenstatus van de jeugdige is het moeilijk om vrijheden op te bouwen en verloven te praktiseren. Het gewijzigde advies van de JJI is goed te volgen. Voordat de PIJ-maatregel beëindigd kan worden en de jeugdige kan terugkeren naar Kameroen , moet wel het recidiverisico omlaag. Zolang dat niet het geval is, eist de veiligheid van de maatschappij de verlenging van de
PIJ-maatregel. Verlenging van de PIJ-maatregel is ook in het belang van de verdere ontwikkeling van de jeugdige.
Het oordeel van het hof
Vernietiging
Het hof vernietigt de beslissing van de rechtbank, omdat het hof – anders dan de rechtbank, en overeenkomstig de standpunten van zowel de advocaat-generaal als de jeugdige – beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling voor de duur van twaalf maanden. Hiertoe overweegt het hof het volgende.
Indexdelicten
De rechtbank Den Haag heeft aan de jeugdige bij vonnis van 22 oktober 2021 de
PIJ-maatregel opgelegd voor doodslag en bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of bedreiging met zware mishandeling. De rechtbank heeft daarbij vastgesteld dat dit een misdrijf is dat is gericht tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van één of meer personen.
Stoornis en recidivegevaar
Uit het advies van [jeugdinrichting] van 11 april 2025 volgt dat bij de jeugdige sprake is van schizofrenie en een ongespecificeerde cannabisgerelateerde stoornis. In de aanvullende informatie van [jeugdinrichting] van 21 november 2025 is de DSM-classificatie aangevuld met een ‘ongespecificeerde psychotrauma- of stressorgerelateerde stoornis’. Daarnaast volgt uit die aanvullende informatie dat het recidiverisico wordt ingeschat als hoog.
Verlenging
Het hof stelt voorop dat voor verlenging van de PIJ-maatregel vereist is dat de veiligheid van anderen, dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen, de verlenging van de maatregel eist, en verlenging van de PIJ-maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van de jeugdige. Aan deze wettelijke criteria is voldaan. Het hof is – met de advocaat-generaal – van oordeel dat voordat de PIJ-maatregel beëindigd kan worden en de jeugdige kan terugkeren naar Kameroen , het recidiverisico omlaag moet. Zolang dat niet het geval is, eist de veiligheid van de maatschappij (van zowel Nederland als van Kameroen ) de verlenging van de PIJ-maatregel. Verlenging van de PIJ-maatregel is ook in het belang van de verdere ontwikkeling van de jeugdige. Het hof merkt daarbij op dat het ook in het belang van de ontwikkeling van de jeugdige is om hem op een zorgvuldige manier voor te bereiden op een terugkeer naar Kameroen .
Duur van de verlenging
De jeugdige heeft de interventie “Leren van delict fase 1” afgerond. Gelet op de bevindingen uit deze interventie zal er gekeken worden of er een traumagerichte behandeling nodig is. Daarnaast leert de jeugdige veel bij de
agressie-/emotieregulatietraining en is hij aangemeld voor psychomotorische therapie. Gelet op de terugval in het middelengebruik overweegt [jeugdinrichting] een interventie gericht op
druggebruik en/of psycho-educatie in te zetten. De jeugdige wil zich daarnaast richten
op school en hoopt dit schooljaar zijn havodiploma te halen.
Op grond van het bovengenoemde stelt het hof vast dat het door de jeugdige te doorlopen traject nog niet is afgerond. Het hof realiseert zich dat het traject van de jeugdige wordt bemoeilijkt door de vreemdelingenstatus van de jeugdige. De jeugdige is (nog) niet in de gelegenheid om verloven te praktiseren, zodat hij het geleerde niet kan laten zien in een meer prikkelgevoelige omgeving. Gelet hierop acht het hof het noodzakelijk dat op kortere termijn dan na vierentwintig maanden wordt bezien wat de stand van zaken is. Daarbij merkt het hof op dat op basis van de huidige informatie aan deze verlenging met een termijn van twaalf maanden niet de verwachting mag worden ontleend dat na verloop van die termijn de PIJ-maatregel (voorwaardelijk) zal worden beëindigd of slechts voor een beperkte termijn zal worden verlengd.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigtde beslissing van de rechtbank Den Haag van 30 juni 2025 met betrekking tot de jeugdige
[jeugdige].
Verlengtde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen met een termijn van
twaalf maanden
Aldus gedaan door
mr. O.G. Schuur, voorzitter,
mr. M.J. Vos en mr. P.C. Vegter, raadsheren,
en drs. D.M.L. Versteijnen en drs. I. van Outheusden, raden,
in tegenwoordigheid van mr. R. Kaatman, griffier,
en op 11 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.