Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
De zaak betreft een geschil tussen de ouders over de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van hun twee minderjarige kinderen die onder toezicht staan van een gecertificeerde instelling (GI). De GI had bij de rechtbank een verzoek ingediend tot wijziging van de zorgregeling. De vader diende vervolgens een zelfstandig tegenverzoek in om de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en de zorgregeling uit te breiden.
De rechtbank verklaarde de vader niet-ontvankelijk in zijn verzoeken en wijzigde de zorgregeling. Het hof bevestigt deze beslissing en verklaart de vader eveneens niet-ontvankelijk omdat artikel 1:265g lid 1 BW niet toestaat dat een ouder een zelfstandig tegenverzoek indient in een procedure die door de GI is gestart, tenzij het verzoek gericht is tegen de andere ouder. Daarnaast was de GI in hoger beroep niet als belanghebbende aangemerkt door de vader.
De moeder verzocht de vader te veroordelen in de proceskosten vanwege diens volharding in het hoger beroep ondanks eerdere waarschuwingen. Het hof veroordeelt de vader tot betaling van de proceskosten van de moeder, bestaande uit griffierecht en advocaatkosten volgens het liquidatietarief. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Vader is niet-ontvankelijk verklaard in zijn verzoeken tot wijziging hoofdverblijfplaats en zorgregeling en veroordeeld in de proceskosten van de moeder.