7.4 € 31,26reiskosten (naar) centrum voor seksueel geweld / vaccinaties en bloedonderzoek (vier reizen).
Op de zitting van het hof heeft de advocaat-generaal gevorderd de vordering van de benadeelde partij geheel toe te wijzen.
De raadsman heeft verzocht het gestelde bedrag aan immateriële kosten te matigen en te schatten naar billijkheid. Ten aanzien van de gestelde materiële kosten heeft de raadsman het volgende verzocht:
Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de volgende kosten wegens het ontbreken van een (voldoende) onderbouwing van deze kosten:
- de medische kosten zoals hiervoor genoemd onder 1.3;
- alle onder 2. genoemde kosten aan inbeslaggenomen kleding;
- de onder 7.2 en 7.3 genoemde reiskosten.
Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de volgende kosten wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen de feiten en de gestelde kosten:
- de medische kosten genoemd onder 1.2, 1.4 en 1.5 (waarbij is opgemerkt dat de optelsom van de bol.com boeken niet op € 100,- uitkomt);
- alle onder 4. genoemde kosten betreffende de beveiliging van de nieuwe woning;
Niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij in de vordering ten aanzien van de volgende kosten wegens het ontbreken van een (voldoende) onderbouwing van deze kosten, althans wegens het ontbreken van een rechtstreeks verband tussen de verdenking en de gestelde kosten:
- alle onder 3. genoemde verhuiskosten;
- alle onder 5. genoemde diverse kosten.
Het hof zal de schade per post bespreken.
Medische kosten
De onder 1.1 gestelde kosten zijn voldoende onderbouwd en niet weersproken. Het hof zal die post toewijzen.
Ten aanzien van de kosten voor het plaatsen van een implantaat (1.2) overweegt het hof dat bewezen is verklaard dat de benadeelde partij hard op haar hoofd en oren is geslagen door verdachte. Daarbij is de schade onderbouwd met een e-mail van de tandartspraktijk van de benadeelde partij, waaruit blijkt dat haar kies voor de aanval in goede staat is en door de aanval is gebroken en als verloren moet worden beschouwd. Het hof ziet geen reden om de deskundigheid van de tandartspraktijk in twijfel te trekken, zoals door de raadsman is aangevoerd. Het bedrag van het implantaat blijkt uit de bijgevoegde begroting. Dat er de ene keer wordt gesproken over een losgeslagen kies, dan over een afgebroken kies en dan over een verloren kies betreft slechts een semantisch onderscheid waarbij telkens hetzelfde wordt bedoeld. Het hof volgt het verweer van de raadsman dat het rechtstreekse verband ontbreekt niet en zal deze post toewijzen.
De onder 1.3 gestelde kosten paracetamol en crème tegen blauwe plekken is niet onderbouwd met stukken. Het hof acht het echter uit de aard van de zaak en het bewezenverklaarde evident dat de benadeelde partij paracetamol en crème tegen blauwe plekken nodig heeft gehad. Verdachte heeft de benadeelde partij hard geslagen en uit het dossier en de daarin aanwezige foto’s blijkt dat zij als gevolg daarvan veel (diep)blauwe plekken had. Het bedrag dat daarvoor is gevorderd komt het hof niet onredelijk voor, zodat het hof dit bedrag met gebruikmaking van de schattingsbevoegdheid zal toewijzen.
De posten onder 1.4 (luisterboeken) en 1.5 (zelfhulpboek) zal het hof ook toewijzen. Het hof oordeelt dat deze kosten een rechtstreeks verband hebben met het feit en acht deze kosten toewijsbaar op dezelfde wijze als bijvoorbeeld (slaap)medicatie en therapie voor toewijzing in aanmerking kunnen komen. De luisterboeken en een zelfhelpboek dienen immers hetzelfde doel. Daarbij wordt in de methodiek van de pscyho-praktijk het zelfhulpboek ook als onderdeel van de behandeling genoemd. Ten aanzien van de luisterboeken heeft de raadsman aangevoerd dat het bedrag opgeteld niet op € 100,- uitkomt. Het hof overweegt dat het opgetelde bedrag hoger is dan € 100,- en zal deze post dus volledig toewijzen.
Kosten aan inbeslaggenomen kleding
De door de benadeelde partij gestelde schade aan kleding komt voor vergoeding in aanmerking. De door [benadeelde 2] ten tijde van de verkrachting gedragen kleding is inbeslaggenomen en het hof acht het net als de rechtbank alleszins redelijk en begrijpelijk dat het slachtoffer deze kleding niet terug wil hebben. Bovendien is aannemelijk dat kledingstukken beschadigd zijn geraakt doordat verdachte het slachtoffer heeft meegetrokken de bosjes in, waarbij het slachtoffer op de grond is terechtgekomen en in de bosjes een worsteling heeft plaatsgevonden.
Het gevorderde bedrag is niet onderbouwd met stukken. Het gevorderde bedrag komt het hof echter niet onredelijk voor, zodat het hof dit bedrag, gebruikmakend van de schattingsbevoegdheid, volledig zal toewijzen.
Verhuiskosten
De verhuiskosten komen voor vergoeding in aanmerking. Net als de rechtbank, overweegt het hof daartoe dat de benadeelde partij in de directe nabijheid van haar woning is verkracht, waarbij verdachte tegen haar heeft gezegd dat hij op het slachtoffer heeft gewacht en haar heeft gevolgd en dat hij weet waar het slachtoffer woont. Gelet hierop is het zeer goed voorstelbaar dat het slachtoffer zich niet langer veilig voelde in haar eigen woning en is verhuisd. Daarbij woonde de benadeelde partij al jarenlang naar tevredenheid in haar woning en was zij niet van plan te verhuizen. Naar het oordeel van het hof is voldoende gebleken van een causaal verband tussen de onder 1 en 2 bewezen verklaarde gedragingen van verdachte en de gestelde schade in verband met de verhuizing van het slachtoffer. Het hof acht alle bedragen voldoende onderbouwd en zal deze toewijzen.
Kosten betreffende de beveiliging van de nieuwe woning
Anders dan de rechtbank is het hof van oordeel dat de gevorderde schade met betrekking tot de posten 4.1 en 4.2 (hang- en sluitwerk, buitenlamp met bewegingssensor) voor toewijzing in aanmerking komen. Onderbouwd is dat PTSS is gediagnostiseerd en dat deze maatregelen en kosten dienen om de angstgevoelens die de benadeelde partij continu heeft te verminderen. Het hof overweegt dat de benadeelde partij als gevolg van de bewezenverklaarde gedragingen van verdachte hevige gevoelens van angst en onveiligheid heeft ervaren. Deze gevoelens waren dusdanig dat zij heeft moeten verhuizen naar een andere woning. Het hof is van oordeel dat de benadeelde partij deze kosten bij haar nieuwe woning heeft gemaakt als gevolg van de bewezen verklaarde feiten, om het ontstane gevoel van angst en onveiligheid te verminderen. Dat verdachte niet van het adres van de nieuwe woning op de hoogte was is kennelijk onvoldoende gebleken om haar hevige gevoelens van angst te verminderen. De kosten komen voor toewijzing in aanmerking.
Diverse kosten
Ten aanzien van de diverse kosten overweegt het hof het volgende. De kosten die zijn gevorderd voor het terugvorderen van de fietsvergoeding in verband met de verhuizing (5.1) zal het hof afwijzen. Deze kosten zijn kennelijk onterecht uitbetaald en komen dus niet voor toewijzing in aanmerking. De overige kosten (5.2 tot en met 5.6) zal het hof alle toewijzen. Voor wat betreft de beveiliging van de vorige woning (5.2) overweegt het hof dat deze kosten die kennelijk voorafgaand aan de verhuizing zijn gemaakt toewijsbaar zijn op dezelfde gronden als de beveiliging van de nieuwe woning. Van deze kosten (€ 25,-) is echter geen factuur bijgevoegd. Het hof acht deze kosten niet onredelijk en zal deze post met gebruikmaking van de schattingsbevoegdheid toewijzen. De overige kosten betreffen allemaal kosten die het de benadeelde partij mogelijk maken een iets vrijer leven te leiden, ondanks haar hevige angsten, en staan daarom in rechtstreeks verband met de feiten. Het hof overweegt dat niet alle kosten zijn onderbouwd. De kosten van de Krav Maga zelfverdedigingscursus (€ 175,-) zijn onderbouwd, evenals de kosten van het alarm op de jas (€ 22,44). Van de Krav Maga privéles (5.5) is echter geen onderbouwing in de vorm van een factuur aangetroffen, en evenmin van de Kubutan Monkeyfist (5.3). Het hof acht deze kosten toch toewijsbaar, mede gelet op de brief van de [praktijk] van de benadeelde partij waarin bij behandeldoelen wordt gesproken over het doorbreken van veiligheidsgedrag dat de benadeelde partij als gevolg van de feiten laat zien. Het aanschaffen van een Monkeyfist en tevens het volgen van Krav Maga privélessen passen daar bij. Het hof zal deze schade gebruikmakend van de schattingsbevoegdheid volledig toewijzen.
Reiskosten
De gevorderde reiskosten naar de advocaat (7.1) kunnen niet worden aangemerkt als schade die benadeelden rechtstreeks hebben geleden als gevolg van de bewezenverklaarde feiten. Dit zijn geen redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid als bedoeld in de wet.Voor vergoeding van die kosten bestaat geen wettelijke grondslag. Het hof zal die kosten daarom afwijzen. De reiskosten naar de tandarts / implantoloog (7.2, zeven reizen) zijn niet onderbouwd met stukken. Uit het dossier is echter voldoende gebleken dat de benadeelde partij een implantaat heeft moeten laten plaatsen. Het hof acht de schade aannemelijk en wijst deze toe. De reiskosten naar de psycholoog EMDR (7.3) zijn deels onderbouwd met stukken; in hoger beroep zijn de nota’s van vier afspraken ingediend. Uit de stukken blijkt ook een behandelplan van [praktijk] , waarin meerdere therapievormen zijn opgenomen, waaronder EMDR. Het hof acht de schade aannemelijk en wijst deze toe. Het hof zal de reiskosten naar het centrum voor seksueel geweld tot slot toewijzen (7.4). Deze schade is veroorzaakt door het onder 1 en 2 tenlastegelegde, de benadeelde partij heeft (de hoogte van) de schade voldoende onderbouwd en de verdediging heeft deze schade niet betwist.
Immateriële schade
De benadeelde partij is gewelddadig door verdachte verkracht en is daarbij tevens (fysiek) mishandeld. Ook heeft verdachte gepoogd haar van het leven te beroven. Als gevolg hiervan heeft zij psychische schade in de vorm van PTSS opgelopen. Ook heeft zij fysiek letsel opgelopen. Uit de indrukwekkende spreekrechtverklaring blijkt dat zij tot op heden op vele vlakken van haar leven de gevolgen van verdachtes handelen nog dagelijks ondervindt. Naar het oordeel van het hof staat vast dat de benadeelde partij als gevolg van dit handelen op grove wijze is aangetast in haar persoon, zodat zij in aanmerking komt voor vergoeding van immateriële schade.
Gelet op alle omstandigheden stelt het hof de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast op een bedrag van € 25.000,-. Bij de bepaling van dit bedrag heeft het hof de aard van de aansprakelijkheid en de ernst van het aan de verdachte te maken verwijt laten meewegen en ook gelet op de bedragen die door Nederlandse rechters in (enigszins) vergelijkbare gevallen zijn toegekend. Daarbij heeft het hof acht geslagen op de ‘Rotterdamse Schaal’, een ordening van smartengeldbedragen bij letsel en andere persoonsaantastingen, en dan in het bijzonder op het hoofdstuk dat ziet op de posttraumatische stressstoornis, categorie ‘(b) ernstig.’ Het hof zal de vordering voor het meer gevorderde afwijzen.
Conclusie
Het hof komt dus tot de conclusie dat op de zitting voldoende is gebleken dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden door het in de zaak met parketnummer 16-176993-23 onder 1, 2 primair en 3 bewezenverklaarde strafbare handelen van verdachte en zal de vordering toewijzen voor € 40.879,58, bestaande uit € 15.879,58 aan materiële schade en € 25.000,- aan immateriële schade. Het hof zal de vordering vermeerderen met de wettelijke rente en voor het overige afwijzen. Om te bevorderen dat de schade door verdachte wordt vergoed, legt het hof de schadevergoedingsmaatregel op.