ECLI:NL:GHARL:2025:8409

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
16 december 2025
Publicatiedatum
19 december 2025
Zaaknummer
200.334.977/01
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Tussenarrest inzake handtekening authenticiteit en aanvullend onderzoek door handschriftdeskundige

In deze zaak, behandeld door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, is er een tussenarrest uitgesproken op 16 december 2025 in het hoger beroep van een civiele procedure. De zaak betreft de authenticiteit van een handtekening op een akte van 30 november 2015, die door de geïntimeerde zou zijn geplaatst. Het hof heeft eerder, op 11 maart 2025, een handschriftdeskundige benoemd om onderzoek te verrichten naar de handtekening. De deskundige heeft op 26 augustus 2025 een rapport uitgebracht waarin hij concludeert dat de kans dat de handtekening authentiek is, aanzienlijk kleiner is dan de kans dat het om een vervalsing gaat. De appellant heeft echter betoogd dat het onderzoek niet voldoet aan de eisen en dat er meer referentiemateriaal nodig is. Het hof heeft besloten dat er voldoende reden is voor aanvullend onderzoek en heeft de handschriftdeskundige verzocht om dit uit te voeren. De vrouw moet de deskundige voorzien van extra handtekeningen voor het onderzoek. Het hof heeft ook een termijn gesteld voor het indienen van het deskundigenbericht en de mogelijkheid voor partijen om op het rapport te reageren. De verdere beslissing is aangehouden, wat betekent dat het hof later zal oordelen over de zaak na het aanvullende onderzoek.

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
locatie Arnhem, afdeling civiel
zaaknummer gerechtshof 200.334.977
zaaknummer rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, 415045
arrest van 16 december 2025
in de zaak van
[appellant] (hierna: [appellant] )
die woont in [woonplaats1] , Curaçao
advocaat: mr. S.G. Dorrestein
tegen
[geïntimeerde] (hierna: [geïntimeerde] )
die woont in [woonplaats2]
advocaat: mr. J.M.C. Billet.

1.Het verloop van de procedure in hoger beroep

1.1.
Bij het arrest van 11 maart 2025 heeft het hof [handschriftdeskundige] , handschriftdeskundige, verbonden aan het Nationaal Forensisch Onderzoeksbureau, Gronausestraat 710, Unit 111, 7534 AM Enschede, benoemd om een onderzoek in te stellen en schriftelijk bericht uit te brengen over de volgende vragen:
1. of hij kan vaststellen of, en zo ja met welke mate van waarschijnlijkheid, de handtekening op de akte van 30 november 2015 door [geïntimeerde] is geplaatst en of hij uiteen kan zetten hoe hij tot zijn antwoord is gekomen;
2. of hij nog overige opmerkingen heeft die voor de beoordeling van de zaak van belang zouden kunnen zijn.
De handschriftdeskundige heeft, met mede-rapporteur [naam] , een Forensisch (hand)schriftexpertise en documentonderzoek verricht en op 26 augustus 2025 een rapport uitgebracht.
1.2.
Op 11 september 2025 heeft mr. Dorrestein een brief in reactie op de voorschotnota van de deskundige in het geding gebracht.
1.3.
Partijen hebben op 29 september 2025 memorie na deskundigenbericht genomen; [appellant] met productie H08 en [geïntimeerde] met producties O en P. Hierna heeft het hof arrest bepaald.
1.4.
Het hof beslist dat er voldoende reden is voor een nader en aanvullend onderzoek en zal de beslissing daarom aanhouden. Het hof zal dat hierna toelichten.

2.De toelichting op de beslissing van het hof

2.1.
In het onderzoek heeft de handschriftdeskundige de volgende scenario’s (hypothesen) beschouwd:
H1. De betwiste handtekening is een authentieke handtekening van [geïntimeerde]
H2. De betwiste handtekening is geen authentieke handtekening van [geïntimeerde] , maar een nabootsing of een vervalsing,
en is nagegaan of de resultaten van het onderzoek beter passen bij hypothese H1 of de alternatieve hypothese H2.
2.2.
De handschriftdeskundige heeft als volgt gerapporteerd:

De bevindingen van het onderzoek zijn zeer veel waarschijnlijker wanneer de betwiste handtekening die is gezet voor de persoon [geïntimeerde] geen authentieke handtekening van haar betreft (hypothese H2) dan wanneer het wel om een authentieke handtekening zou gaan en niet om een nabootsing of vervalsing (H1).
In getallen uitgedrukt betekent ditals orde van grootte(en niet meer dan dat) dat de kans op deze bevindingen 10.000 tot 100.000 keer groter is wanneer de betwiste handtekening geen authentieke handtekening betreft dan wanneer dat wel het geval is.’
2.3.
[appellant] stelt dat het onderzoek en het op basis daarvan opgestelde rapport niet aan de daaraan te stellen eisen voldoet. Volgens hem zou het onderzoek moeten worden overgedaan en moeten worden aangevuld met meer referentiemateriaal uit de periode gelegen rondom de datum van ondertekening van de akte in 2015. De vrouw voert verweer. Volgens haar kan de conclusie geen andere zijn dan dat [appellant] niet is geslaagd in de bewijsopdracht.
2.4.
Op grond van het rapport van de deskundige, dat na zorgvuldig onderzoek tot stand is gekomen, helder is en met een duidelijke bevinding, komt het hof vooralsnog tot de conclusie dat de handtekening niet van [geïntimeerde] is. Nu de deskundige echter nog nader onderzoek heeft aangeboden en bereid is andere handtekeningen, die zijn gezet omstreeks dezelfde periode als de te onderzoeken handtekening, in het onderzoek te betrekken, zal het hof de vrouw opdragen die handtekeningen aan de deskundige te verstrekken. De vrouw moet aan de deskundige nog twee à drie handtekeningen verstrekken aan de hand van de suggesties die de man heeft gedaan, bij voorkeur uit de periode 2014-2016 (zie randnummer 11 pagina 5 van de memorie na deskundigenbericht van 29 september 2025). Ook de te laat ingediende handtekening (door de deskundige ontvangen op 29 juli 2025) moet nog in het aanvullend onderzoek worden betrokken.
2.5.
Na afronding van het onderzoek worden partijen nog in de gelegenheid gesteld tot het nemen van akte.

3.De beslissing

Het hof:
3.1.
Verzoekt de handschriftdeskundige om aanvullend onderzoek te verrichten.
3.2.
Als de deskundige vragen heeft, kan hij die stellen aan mr. M.L. van der Bel, raadsheer-commissaris.
3.3.
Het ondertekende deskundigenbericht moet vóór 7 april 2026 worden gestuurd aan de griffie van dit hof (Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, Postbus 9030, 6800 EM in Arnhem).
3.4.
De griffier stuurt de deskundige een kopie van dit arrest.
3.5.
De vrouw moet zorgen dat de deskundige de handtekeningen als beschreven in rechtsoverweging 2.4, uiterlijk op 1 maart 2026 heeft ontvangen.
3.6.
Op dinsdag 21 april 2026 kunnen [appellant] en [geïntimeerde] op het deskundigenbericht reageren.
3.7.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.
Dit arrest is gewezen door mrs. M.L. van der Bel, J.H. Lieber en L. Hamer, en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 16 december 2025.