Uitspraak
1.Bungalowpark “Horsterland” B.V.
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep tevens vermeerdering van eis in reconventie
- de memorie van antwoord in het incidenteel hoger beroep
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 14 november 2025 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
- [appellant] ontving, overeenkomstig het bepaalde in de concept triple-netovereenkomst, maandelijks een bedrag van € 743,80;
- in de ondertekende afspraken van 5 juni 2014 wordt gesproken over “netto huuropbrengst a € 743,80”;
- [appellant] mocht begin juni 2014 de huuropbrengsten over juni tot en met november 2014 verrekenen met de koopprijs, terwijl de advocaat van Horsterland deze verrekeningsmogelijkheid in zijn sommatiebrief van 12 mei 2014 afhankelijk had gemaakt van ondertekening (en dus totstandkoming) van de triplenet-overeenkomst;
- toen [appellant] op 31 mei 2019 aan [directeur Horsterland en succesparken] schreef dat de triplenet-overeenkomst op 1 juni 2019 eindigde, heeft [directeur Horsterland en succesparken] niet geantwoord dat de triplenet-overeenkomst niet tot stand was gekomen;
- ook op andere momenten voorafgaand aan de op 10 januari 2023 genomen conclusie van antwoord hebben [directeur Horsterland en succesparken] , Horsterland of Succesparken, nooit aan [appellant] laten weten dat de triplenet-overeenkomst niet tot stand zou zijn gekomen;
- ook het standpunt dat een beheersovereenkomst met Horsterland tot stand is gekomen, is door Horsterland en Succesparken pas in deze procedure ingenomen;
- tussen partijen is in de periode vanaf 2013 tot aan deze procedure ook nooit gesproken of gecorrespondeerd over (de mogelijkheid en inhoud) van een beheersovereenkomst met Horsterland.