In deze civiele zaak heeft appellant een auto gekocht van geïntimeerde, maar door een hack op het e-mailaccount van geïntimeerde werd een valse betaalinstructie gestuurd, waarna appellant het restant van de koopprijs op een verkeerde Duitse bankrekening betaalde. Geïntimeerde ontving dit bedrag niet en weigerde de auto te leveren.
Het hof oordeelde in een tussenarrest dat geïntimeerde niet had bewezen dat zij haar e-mailaccount passend had beveiligd in lijn met de AVG, waardoor sprake was van een inbreuk op de AVG. De immateriële schade van appellant werd onvoldoende onderbouwd. Vervolgens werd onderzocht of sprake was van eigen schuld van appellant.
Het hof stelde vast dat appellant enige argwaan had moeten hebben over de afwijkende Duitse bankrekening, mede omdat hij eerder een aanbetaling op een Nederlandse rekening had gedaan en een factuur met dat Nederlandse rekeningnummer had ontvangen. Ook had appellant telefonisch of via WhatsApp kunnen verifiëren. Daarom werd 30% van de schade aan appellant toegerekend.
Met toepassing van de billijkheidscorrectie werd de vergoedingsplicht van geïntimeerde vastgesteld op 50% van de materiële schade. Geïntimeerde werd veroordeeld tot betaling van de helft van het schadebedrag, buitengerechtelijke kosten en terugbetaling van teveel ontvangen bedragen. Beide partijen dragen hun eigen proceskosten, behalve appellant die in het incident in hoger beroep werd veroordeeld in de proceskosten van geïntimeerde.