Uitspraak
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
‘Inzake begeleiding schade’,
‘Inzake bijstand schade’,
‘Behandeling diverse schadeclaims’, en ‘
Inzake begeleiding schadeclaim / procedure’. Op basis van deze omschrijvingen kan niet vastgesteld worden welke werkzaamheden door Schadecoach zijn uitgevoerd en of deze inderdaad verband houden met het vaststellen van de schade in de zin van artikel 7:959 lid 1 BW Pro en dus of deze kosten in redelijkheid zijn gemaakt. Een nadere specificatie of een voldoende concrete verdere onderbouwing daarvan heeft [appellante] niet in het geding gebracht of aangevoerd. De vordering van [appellante] met betrekking tot de expertisekosten zal dan ook worden afgewezen.
‘alle schades’. Op dat moment bestond al discussie over de hoogte van de vastgestelde waterschade en heeft [appellante] aanspraak gemaakt op een hogere vergoeding daarvan. Onder
‘alle schades’valt dan ook de waterschade. Zoals vastgesteld in rechtsoverweging 3.24 is niet gesteld of gebleken dat vervolgens een nieuwe verjaringstermijn is gaan lopen, althans is de verjaring dan door de dagvaarding gestuit, zodat ook ten aanzien van de waterschade de conclusie is dat de verjaring tijdig is gestuit en aldus geen sprake is van verjaring van de vordering.
“Hierbij zeg ik de opdracht/machtiging op en trek hem dus in inzake de benoeming experts: Krantz &Polak versus [de schade-expert van Achmea] v.v.”. Ook heeft [appellante] een afdruk van een e-mail van 14 december 2015 gericht aan [de schade-expert van Achmea] overgelegd met als onderwerp
‘Intrekken zgn. Akte benoeming experts 2015 [de schade-expert van Achmea] /Krantz&Polak’, zonder verdere inhoud, en een afdruk van een leesbevestiging in het geding gebracht van ‘DidTheyReadIt’. In die leesbevestiging staat dat het bericht aan [de schade-expert van Achmea] van 14 december 2015 met als onderwerp
‘Intrekken zgn. Akte benoeming experts 2015 [de schade-expert van Achmea] /Krantz&Polak’op 15 december 2015 is geopend.
4.De beslissing
dinsdag 3 februari 2026laten weten of zij schriftelijk bewijs wil bijbrengen (zoals door een rapport van een door haar in te schakelen deskundige) en of zij getuigen wil laten horen.
31 maart 2026om dit rapport of dat bewijs bij akte in het geding te brengen, waarna Achmea een termijn voor antwoordakte zal krijgen om daarop te reageren.
3 februari 2026laat weten dat zij getuigen wenst te laten horen, zal raadsheer-commissaris mr. S.M. Evers de getuigen verhoren in het Paleis van Justitie aan de Walburgstraat 2-4 in Arnhem. Partijen moeten daar zelf bij aanwezig zijn.
3 februari 2026laten weten hoeveel getuigen zij wil laten horen met opgave van de verhinderdagen van die getuigen, van partijen en van hun advocaten. Daarna stelt het hof de dag en het tijdstip van het verhoor vast. Dat gebeurt ook als de opgave onvolledig is.