ECLI:NL:GHARL:2025:8612

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
23 oktober 2025
Publicatiedatum
29 december 2025
Zaaknummer
P25/258
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging van terbeschikkingstelling en passantenproblematiek in het strafrecht

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 23 oktober 2025 uitspraak gedaan over de verlenging van de terbeschikkingstelling (tbs) van de terbeschikkinggestelde, geboren in 1993, die verblijft in een penitentiaire inrichting. Het hof heeft de tbs met twee jaar verlengd, ondanks de verzoeken van de verdediging om de verlenging af te wijzen en om onderzoek te doen naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en de afgifte van een zorgmachtiging. De rechtbank Den Haag had eerder op 27 mei 2025 de tbs al met twee jaar verlengd en de verzoeken van de terbeschikkinggestelde afgewezen. Het hof heeft de argumenten van de verdediging en het openbaar ministerie afgewogen en geconcludeerd dat de verlenging van de tbs niet in strijd is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het hof heeft ook de passantenproblematiek besproken, waarbij de terbeschikkinggestelde in een penitentiaire inrichting verblijft in afwachting van plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum. Het hof heeft de beslissing van de rechtbank bevestigd, met aanvulling van gronden, en de verzoeken van de verdediging afgewezen. De lange wachttijden voor plaatsing in tbs-klinieken zijn een probleem, maar vormen geen reden om de tbs niet te verlengen, gezien het aanwezige delictgevaar.

Uitspraak

TBS P25/258
Beslissing van 23 oktober 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[terbeschikkinggestelde],
geboren op [geboorteplaats] op [geboortedag] 1993,
verblijvende in penitentiaire inrichting (PI) [plaats] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2025. Deze beslissing houdt in de verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van twee jaar en – impliciet – de afwijzing van de verzoeken tot het onderzoeken van de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging en van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op de stukken, waaronder:
‒ het proces-verbaal van het onderzoek in eerste aanleg;
‒ de beslissing van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2025;
‒ de akte van 28 mei 2025 waarbij de terbeschikkinggestelde beroep heeft ingesteld;
‒ de e-mailwisseling tussen het hof en [kliniek] (e-mails van 9 en 12 september 2025);
‒ de e-mail van PI [plaats] (casemanager [naam] ) van 7 oktober 2025 over het functioneren van de terbeschikkinggestelde in de PI.
Het hof heeft ter zitting van 9 oktober 2025 gehoord:
‒ de advocaat-generaal, mr. I.M. Muller, en
‒ de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.J. Schimmel, advocaat in Bussum.

Overwegingen

Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
Het hof heeft bij beslissing van 16 mei 2024 beslist tot omzetting van de terbeschikkingstelling met voorwaarden in een terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Toch verblijft de terbeschikkinggestelde nog steeds in een PI, in afwachting van plaatsing in [kliniek] . Primair bepleit de verdediging dat het hof de vordering tot verlenging van de terbeschikkingstelling zal afwijzen, omdat niet wordt voldaan aan het gevaarscriterium, en een verlenging van de terbeschikkingstelling in de huidige wachtsituatie in strijd is met de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit. Subsidiair bepleit de verdediging dat het hof opdracht zal geven tot een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Meer subsidiair bepleit de verdediging dat het hof opdracht zal geven tot een onderzoek naar de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging. Toepassing van dat juridisch kader vergroot het aantal klinieken waarin de terbeschikkinggestelde kan worden geplaatst, en daarmee de kans op een snelle(re) opname. Meest subsidiair bepleit de verdediging dat de duur van de verlenging van de terbeschikkingstelling wordt beperkt tot een jaar, conform beslissingen van de rechtbank Gelderland (ECLI:NL:RBGEL:2025:1294) en de rechtbank Rotterdam (ECLI:NL:RBROT:2023:12341).
Het standpunt van het openbaar ministerie
De rechtbank heeft terecht beslist tot verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De lange wachttijden voor plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum zijn heel vervelend, maar dat probleem kan in deze zaak niet worden opgelost. Bij de terbeschikkinggestelde zijn een stoornis en recidivegevaar aanwezig, waardoor wordt voldaan aan de voorwaarden voor verlenging van de terbeschikkingstelling. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er onvoldoende reden is voor een onderzoek naar de mogelijkheden van een zorgmachtiging of een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege. Concluderend strekt het standpunt van het openbaar ministerie tot bevestiging van de beslissing van de rechtbank.
Het oordeel van het hof
Verbeterd lezen van de beslissing van de rechtbank
De rechtbank heeft weliswaar overwogen dat zij beslist tot afwijzing van de verzoeken tot het verrichten van een onderzoek naar de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege en naar de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging, maar heeft verzuimd deze beslissingen in het dictum op te nemen. Het hof merkt dit aan als een kennelijke vergissing en leest het dictum van de rechtbank verbeterd.
Bevestiging van de beslissing van de rechtbank
Het hof is onder aanvulling van gronden als hierna weergegeven van oordeel dat de rechtbank op goede gronden heeft geoordeeld en op de juiste wijze heeft beslist. Daarom zal het hof de beslissing waarvan beroep met die aanvulling bevestigen.
Proportionaliteit verlenging terbeschikkingstelling
Naar aanleiding van het pleidooi van de raadsman heeft het hof beoordeeld of een verlenging van de terbeschikkingstelling in strijd is met het beginsel van proportionaliteit. De terbeschikkingstelling is ingegaan op 22 mei 2021 en loopt inmiddels meer dan vier jaar. De terbeschikkingstelling is opgelegd voor belaging, bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht en feitelijke aanranding van de eerbaarheid. De terbeschikkingstelling is aangevangen als een terbeschikkingstelling met voorwaarden, waarna twee behandelpogingen hebben plaatsgevonden in verschillende klinieken. Omdat er geen derde behandelpoging in het kader van een terbeschikkingstelling met voorwaarden mogelijk bleek, heeft de rechtbank Den Haag op 22 december 2023 alsnog beslist tot verpleging van overheidswege, welke beslissing door dit hof op 16 mei 2024 is bevestigd. Het hof overweegt dat bij een afweging tussen de belangen van de terbeschikkinggestelde en die van de maatschappij geldt dat, naarmate de maatregel langer duurt, het belang van de terbeschikkinggestelde steeds zwaarder dient te wegen. Bij die afweging wordt de duur van de terbeschikkingstelling niet alleen bezien in relatie tot de ernst van de indexdelicten, maar worden ook de aard van de stoornis en de ernst van het recidivegevaar in aanmerking genomen. Alles overziende is het hof van oordeel dat een verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar niet in strijd is met het beginsel van proportionaliteit.
Subsidiariteit terbeschikkingstelling met verpleging en afwijzing verzoeken tot onderzoek naar de mogelijkheid van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege of de afgifte van een zorgmachtiging
Het hof acht verlenging van de terbeschikkingstelling ook niet in strijd met het beginsel van subsidiariteit. Naar het oordeel van het hof is zowel een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege als de afgifte van een zorgmachtiging in de zin van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg geen geschikt alternatief voor de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege. Hierbij heeft het hof in aanmerking genomen dat:
‒ het hof op 16 mei 2024 heeft beslist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd en dat nadien nog geen behandeling heeft plaatsgevonden en
‒ een zorgmachtiging, anders dan een terbeschikkingstelling, niet primair gericht is op het beschermen van de veiligheid van anderen of de algemene veiligheid van personen.
In het verlengde hiervan beslist het hof tot afwijzing van zowel het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege als het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging op basis van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg.
Duur verlenging terbeschikkingstelling
Het hof heeft als uitgangspunt dat de terbeschikkingstelling verlengd dient te worden met een termijn van twee jaar wanneer aannemelijk is geworden dat de behandeling en resocialisatie van de terbeschikkinggestelde in het bestaande juridische kader meer tijd in beslag zal nemen dan de tijd die resteert bij een verlenging van de terbeschikkingstelling met een termijn van een jaar. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om van dit uitgangspunt af te wijken.
Passantenproblematiek
Bij het voorgaande heeft het hof in aanmerking genomen dat het hof op 16 mei 2024 heeft beslist dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd en dat de terbeschikkinggestelde sindsdien (als zogenoemde passant) in een penitentiaire inrichting verblijft in afwachting van plaatsing in een forensisch psychiatrisch centrum. De huidige situatie is dat terbeschikkinggestelde op de wachtlijst staat van [kliniek] , maar dat nog niet bekend is wanneer daar een plek vrijkomt voor de terbeschikkinggestelde.
Daarmee maakt de terbeschikkinggestelde deel uit van een groep terbeschikkinggestelden die door wachtlijsten bij tbs-klinieken aanmerkelijk langer dan een jaar in een penitentiaire inrichting verblijven in afwachting van een plaatsing in een tbs-kliniek. Deze zeer onwenselijke situatie is inmiddels algemeen bekend en verschillende rechtbanken hebben er al aandacht voor gevraagd in hun beslissingen (bijvoorbeeld in ECLI:NL:RBMNE:2025:1154). De casus van de terbeschikkinggestelde laat eens te meer zien hoe belastend dit probleem kan zijn voor getroffen terbeschikkinggestelden, die daardoor langer hun vrijheid kwijt zijn en langdurig verkeren in onzekerheid. Evenmin kunnen zij daardoor de behandelingen en begeleiding krijgen die zij nodig hebben en waarvoor de terbeschikkingstelling mede is bedoeld.
De lange wachttijd voor plaatsing in een tbs-kliniek vormt voor het hof echter geen reden om de terbeschikkingstelling niet te verlengen of opdracht te geven tot onderzoek naar de mogelijkheden van een ander juridisch kader. Gelet op het aanwezige delictgevaar en de gronden voor het op 16 mei 2024 gegeven bevel dat de terbeschikkinggestelde alsnog van overheidswege zal worden verpleegd, is het hof van oordeel dat voortzetting van de terbeschikkingstelling met verpleging van overheidswege noodzakelijk is met het oog op de veiligheid van anderen dan wel de algemene veiligheid van personen.

BESLISSING

Het hof:
Wijst af het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Wijst af het verzoek tot het onderzoeken van de mogelijkheid van de afgifte van een zorgmachtiging op basis van artikel 2.3 van de Wet forensische zorg.
Bevestigt met aanvulling van gronden als voormeld de beslissing van de rechtbank Den Haag van 27 mei 2025 met betrekking tot de [terbeschikkinggestelde] .
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. R. Prakke-Nieuwenhuizen en mr. W.A. Holland, raadsheren,
drs. A.W.T.M. Vissers en drs. C.J.J.C.M. van Gestel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. D. van der Geld, griffier,
en op 23 oktober 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.