In deze zaak gaat het om een hoger beroep van appellanten tegen een beslissing van de kantonrechter van 21 april 2020, waarin zij zijn veroordeeld tot betaling van achterstallige kosten van kinderopvang aan Kids First Kindercentra Nederland B.V. De procedure is eerder doorgehaald, maar is heropend op verzoek van de geïntimeerde. De appellanten hebben betoogd dat zij meer hebben betaald dan de vordering van de geïntimeerde, maar de kantonrechter heeft dit verweer verworpen. Het hof heeft vastgesteld dat de bewijslast van betaling op de appellanten rust en dat de overgelegde bewijsstukken niet overtuigend zijn. Het hof heeft de vordering van de geïntimeerde toegewezen, met inachtneming van enkele betalingen die door de appellanten zijn gedaan. Uiteindelijk heeft het hof de beslissing van de kantonrechter vernietigd en de appellanten hoofdelijk veroordeeld tot betaling van € 9.023,28 aan de geïntimeerde, met wettelijke rente en proceskosten. De veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.