Uitspraak
1.Gemeente Blaricum
2. Gemeente Eemnes
3. Gemeente Gooise Meren
4. Gemeente Hilversum
5. Gemeente Huizen
6. Gemeente Laren
7. Gemeente Wijdemeren
1.Het verloop van de procedure in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep
- de memorie van grieven
- de memorie van antwoord
- een akte overlegging producties van de gemeenten
- een akte overlegging producties van TGVS
- het verslag (proces-verbaal) van de mondelinge behandeling die op 3 december 2025 is gehouden.
2.De kern van de zaak
3.De toelichting op de beslissing van het hof
“De rechters hebben meerdere malen uitspraak gedaan. Er is geen overeenstemming bereikt over het uit te voeren kostenonderzoek over de jaren 2019 en 2020 waardoor mediation is gestart met als doel om met elkaar uit deze impasse te komen. Over de vergoedingen 2021 en volgende jaren is geen discussie.”Dat sluit aan bij het feit dat TGVS, zoals zij in deze procedure heeft gesteld, akkoord is gegaan met het sluiten van de overeenkomst omdat zij het starttarief acceptabel vond.
geheletarief op basis van de loonstijging wordt geïndexeerd (dus niet alleen de looncomponenten uit het tarief, maar ook de overige componenten: opslagen, sociale lasten, organisatiekosten, productiviteit/declarabiliteit, risico-opslag en overige kosten voorziening). Verder hebben de gemeenten tijdens de mondelinge behandeling bij het hof, onder verwijzing naar de in punt 90 van de conclusie van antwoord opgenomen tabel met cao-wijzigingen, verduidelijkt dat er in 2022 geen wijzigingen zijn geweest die noopten tot een extra verwerking in het tarief.
- per 1 maart 2022 een salarisverhoging, die volgens de gemeenten is verwerkt in de indexatie 2022,
- per 1 juli 2022 een verbetering en harmonisatie reiskosten die is verwerkt in de indexatie 2023, omdat de wijziging volgens de gemeenten in 2022 geen invloed had op het tarief,
- per 1 januari 2022 de inrichting van arbeids- en opleidingsfonds VVT waarin de zorgaanbieder 0,04% van de loonsom stort, die niet is verwerkt in de indexatie omdat de zorgaanbieder na betaling in het fonds niet zelf meer voor opleiding en scholing van medewerkers hoefde te betalen.
“De voorgestelde verhoging wordt uitbetaald ook over de medewerkers die reeds langer dan 12,5 jaar in dienst zijn en over de medewerkers die deze mijlpaal niet behalen. Onze inschatting is dat daarmee ook de kosten voor de wijziging van bruto naar netto zijn opgevangen en dat dit de kosten dekt van medewerkers waar een korte periode voor gespaard kan worden omdat zij tijdens de 12,5 jaar in dienst komen.”