ECLI:NL:GHARL:2025:8710
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beslissing wrakingsverzoek en misbruik van procesrecht in echtscheidingsprocedure
In een lopende echtscheidingsprocedure heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend tegen de drie raadsheren die de zaak behandelden. Dit verzoek werd niet ingediend door een advocaat, terwijl in hoger beroep verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De wrakingskamer verklaarde het verzoek daarom niet-ontvankelijk.
Verzoeker stelde dat er klemmende redenen waren om de behandeling aan te houden en verwees naar eerdere onrechtmatige handelingen door het hof, wat volgens hem de schijn van partijdigheid wekte. De wrakingskamer oordeelde echter dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen (tussen)beslissingen en dat er geen aanwijzingen waren voor vooringenomenheid.
Daarnaast constateerde de wrakingskamer dat verzoeker door het indienen van meerdere wrakingsverzoeken misbruik van procesrecht maakte met het doel de procedure te vertragen. Daarom werd bepaald dat een volgend wrakingsverzoek niet in behandeling zal worden genomen.
De beslissing werd op 24 december 2025 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard en een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen wegens misbruik van procesrecht.