Uitspraak
Arrest
1.De bestreden beschikking
2.Het cassatieberoep
3.Juridisch kader
4.Beoordeling van de middelen
5.Beslissing
25 september 2018.
Hoge Raad
In deze zaak heeft de wrakingskamer een verzoek tot wraking van haar eigen leden buiten behandeling gelaten wegens evident misbruik van recht. De verdediging had verzocht om uitstel van de behandeling, wat werd afgewezen, waarna het wrakingsverzoek werd ingediend. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek niet bedoeld was als een serieus wrakingsverzoek, maar als middel om uitstel te verkrijgen.
De Hoge Raad bevestigt dat ook leden van een wrakingskamer kunnen worden gewraakt en dat een wrakingsverzoek schriftelijk en gemotiveerd moet zijn. Een verzoek dat niet aan deze motiveringseis voldoet, kan buiten behandeling worden gelaten. Tevens kan een wrakingskamer een verzoek tot wraking wegens evident misbruik van recht buiten behandeling laten zonder zitting, ook als het het eerste verzoek betreft.
De Hoge Raad benadrukt dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling wordt vermoed onpartijdig te zijn, en dat alleen uitzonderlijke omstandigheden dit vermoeden kunnen weerleggen. Het gesloten stelsel van rechtsmiddelen betekent dat wraking niet kan worden gebruikt als verkapt rechtsmiddel tegen beslissingen. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de bestreden beschikking.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat een wrakingskamer een wrakingsverzoek wegens evident misbruik van recht buiten behandeling kan laten, ook bij eerste verzoek tot wraking van haar eigen leden.