ECLI:NL:GHARL:2025:8746

Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak
18 december 2025
Publicatiedatum
30 januari 2026
Zaaknummer
TBS P25/102
Instantie
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Type
Uitspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege in TBS-zaak

In deze zaak heeft het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden op 18 december 2025 uitspraak gedaan in hoger beroep tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland van 30 januari 2025. De rechtbank had de terbeschikkingstelling van de verdachte verlengd met één jaar en het verzoek tot het horen van een deskundige en het laten onderzoeken van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege afgewezen. De terbeschikkinggestelde, geboren in 1988, verblijft in een Forensisch Psychiatrisch Centrum en heeft hoger beroep ingesteld tegen deze beslissing.

Tijdens de zittingen op 4 december 2025 en 25 september 2025 heeft het hof de advocaat-generaal en de terbeschikkinggestelde gehoord, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.L. Louwerse. De reclassering heeft in haar rapport van 28 november 2025 geadviseerd om de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te starten, maar het hof concludeert dat er momenteel geen geschikte uitstroomlocatie beschikbaar is.

Het hof heeft vastgesteld dat eerdere resocialisatiepogingen zijn mislukt en dat er geen zicht is op een verantwoorde uitstroom. Het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege is afgewezen, evenals het verzoek om verder onderzoek naar plaatsingsmogelijkheden. Het hof benadrukt dat zonder een concrete uitstroomlocatie de voorwaardelijke beëindiging niet kan worden uitgesproken, omdat dit zou leiden tot onduidelijkheid voor de terbeschikkinggestelde. De beslissing is openbaar uitgesproken en de raden zijn buiten staat deze mede te ondertekenen.

Uitspraak

TBS P25/102
Beslissing van 18 december 2025
De kamer van het hof als bedoeld in artikel 67 van de Wet op de rechterlijke organisatie heeft te beslissen op het beroep van
[verdachte],
geboren te [geboorteplaats] op [geboorteplaats] 1988,
verblijvende in het Forensisch Psychiatrisch Centrum (FPC) [naam kliniek]
(hierna: de [naam kliniek] )te [plaats 1] ,
verder te noemen: de terbeschikkinggestelde.
Het beroep is ingesteld tegen de beslissing van de rechtbank Noord-Nederland, zittingsplaats Leeuwarden, van 30 januari 2025. Deze beslissing houdt in verlenging van de terbeschikkingstelling met één jaar, en afwijzing van het verzoek tot het horen van een deskundige, alsmede afwijzen van het laten onderzoeken door de reclassering van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Het hof heeft gelet op dezelfde stukken als genoemd in de tussenbeslissing van het hof van
9 oktober 2025 en daarnaast op:
- het proces-verbaal van de zitting van het hof van 25 september 2025;
- het reclasseringsadvies van 28 november 2025;
- een e-mailbericht van de raadsvrouw van 3 december 2025 met een drietal bijlagen.
Het hof heeft ter zitting van 4 december 2025 gehoord de advocaat-generaal, [naam 1] , en de terbeschikkinggestelde, bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. A.L. Louwerse, advocaat te Haarlem. Verder heeft het hof ter zitting gehoord [naam 2] , als reclasseringswerker verbonden aan Reclassering Nederland.

Procesverloop

Op 3 februari 2025 heeft de terbeschikkinggestelde hoger beroep ingesteld.
Op 12 juni 2025 heeft een zitting bij dit hof plaatsgevonden.
Op 26 juni 2025 heeft het hof bij tussenbeslissing het onderzoek ter terechtzitting heropend en geschorst voor onbepaalde tijd teneinde de reclassering de opdracht te geven onderzoek te verrichten naar de (on-)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege.
Op 25 september 2025 heeft vervolgens weer een zitting bij dit hof plaatsgevonden.
Het hof heeft bij tussenbeslissing van 9 oktober 2025 de beslissing van de rechtbank vernietigd en de terbeschikkingstelling verlengd met een termijn van twee jaar.
Daarnaast heeft het hof het onderzoek ter terechtzitting (opnieuw) heropend en geschorst voor onbepaalde tijd teneinde de reclassering de opdracht te geven onderzoek te verrichten naar de (on)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege, meer in het bijzonder naar de vraag wanneer en binnen welke forensische psychiatrische afdeling (
hierna: FPA) de terbeschikkinggestelde geplaatst zou kunnen worden.
Overwegingen
Het advies van de reclassering
In haar rapport van 28 november 2025 heeft de reclassering aangegeven dat het starten van de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege – met daarmee het creëren van de mogelijkheid verder te resocialiseren in de omgeving van zijn kinderen – een passende volgende stap is.
De tijd is tot op heden echter te kort gebleken om een concreet uitstroomtraject vorm te geven. De terbeschikkinggestelde is aangemeld bij het IFZ en DIZ voor de plaatsingsmogelijkheden. Het IFZ heeft een indicatie afgegeven voor beveiligingsniveau 2 (FPA). Dit heeft vervolgens geleid tot een intake bij één FPA, die echter niet passend bleek. Er wordt nu nog een uitstroomtraject onderzocht via Forensisch Begeleid Wonen
(hierna: FBW)[FBW locatie] te [plaats 2] , maar het welslagen van dit traject is allerminst zeker. Hiervoor zal immers opnieuw met IFZ en DIZ gesproken moeten worden over de indicatiestelling (FBW in plaats van FPA).
Duidelijkheid, structuur en overzicht zijn belangrijk voor de terbeschikkinggestelde. Indien de voorwaardelijke beëindiging van verpleging van overheidswege wordt uitgesproken zonder dat er een vervolgplek beschikbaar is, ontstaat er een onduidelijke situatie: de terbeschikkinggestelde zal wat betreft verantwoordelijkheid onder de reclassering vallen, maar zal zich nog moeten voegen naar de regels die gelden binnen de [naam kliniek] , zonder enig perspectief op een plek buiten de muren van de [naam kliniek] . De terbeschikkinggestelde ervaart veel weerstand tegen de [naam kliniek] . Het is wat betreft de reclassering daarom zeer onwenselijk om de voorwaardelijke beëindiging van de verpleging te laten ingaan terwijl er geen concreet uitstroomplan is.
Mocht het uitstroomtraject via de [FBW locatie] niet lukken, ziet de reclassering geen mogelijkheden voor voorwaardelijke beëindiging. Door de [naam kliniek] is al een overplaatsing naar [kliniek] in [plaats 3] in gang gezet. Het heeft dan de voorkeur om de terbeschikkinggestelde via [kliniek] te laten uitstromen, waarbij de resocialisatie vorm kan krijgen via de transmurale huizen van die kliniek.
Ter zitting heeft de deskundige – opnieuw – naar voren gebracht dat de zoektocht naar een passende FPA niet is gelukt. Hierbij speelt een rol dat eerdere resocialisatiepogingen zijn mislukt. Het werkt ook niet mee dat de terbeschikkinggestelde op dit moment geen onbegeleid verlof heeft. Het beoogde traject via FBW [FBW locatie] is ongewis, want past niet binnen de afgegeven indicatie. Mocht het traject via FBW [FBW locatie] niet lukken rest er slechts nog de mogelijkheid van uitstroom via de [kliniek] . De terbeschikkinggestelde is al aangemeld en geaccepteerd, maar het is nog steeds wachten op een plek. Het traject zal vervolgens de nodige tijd duren omdat de terbeschikkinggestelde binnen deze kliniek van voor af aan moet beginnen.
Het standpunt van de terbeschikkinggestelde
De reclassering heeft een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege geadviseerd. De reclassering ziet op dit moment nog één optie, namelijk FBW [FBW locatie] . De vraag is of FBW [FBW locatie] wil, omdat de terbeschikkinggestelde geen onbegeleid verlofkader heeft, en of IFZ overgaat tot het afgeven van een indicatie voor een FBW. Als FBW [FBW locatie] geen doorgang kan vinden moet er via de [kliniek] een versneld traject worden ingezet. Alle instanties zouden hier samen moeten werken om een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege mogelijk te maken op grond van het proportionaliteit- en subsidiariteitbeginsel.
Primair dient de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te worden beëindigd conform de voorwaarden zoals genoemd door de reclassering in haar rapport van
28 november 2025, aangevuld met de voorwaarde van verblijf bij de moeder van de kinderen van de terbeschikkinggestelde, permanent of ter overbrugging.
Subsidiair dient de verpleging van overheidswege voorwaardelijk te worden beëindigd conform de voorwaarden opgesteld door de reclassering, aangevuld met de voorwaarde van verblijf in de [naam kliniek] tot aan uitplaatsing naar een FPA of FBW.
Meer subsidiair dient de mogelijkheid van een verblijf bij FBW [FBW locatie] verder onderzocht te worden – en dient daarnaast een breder onderzoek naar plaatsingsmogelijkheden te worden onderzocht – waartoe de zaak dient te worden aangehouden.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege kan worden uitgesproken als er een goede uitstroomplek beschikbaar is, maar er is helaas (nog) geen zicht op een verantwoorde uitstroom. Een verblijf bij de moeder van de kinderen van de terbeschikkinggestelde is onwenselijk, omdat die overgang te groot is. Gelet op deze stand van zaken dient primair het verzoek tot voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege te worden afgewezen. Subsidiair dient verder onderzocht te worden of de terbeschikkinggestelde toch via een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege terecht kan bij FBW [FBW locatie] . De zaak dient dan te worden aangehouden.
Het oordeel van het hof
Het hof acht zich op basis van de aanwezige informatie voldoende voorgelicht om te kunnen oordelen over het door de terbeschikkinggestelde ingediende beroep.
Afwijzing primaire en subsidiaire verzoek
Het hof acht een voorwaardelijke beëindiging van de verpleging van overheidswege thans niet aan de orde, zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.
Een eerder uitstroomtraject is mislukt, zoals volgt uit het verlengingsadvies van de kliniek van 5 december 2024. Het onderzoek naar een nieuw uitstroomtraject via een FPA – overeenkomstig de afgegeven indicatiestelling – heeft geen geschikte locatie opgeleverd. Een alternatief uitstroomtraject via een FBW wijkt af van de afgegeven indicatie. Een voorwaardelijke beëindiging zonder zicht op een uitstroomlocatie zal volgens de reclassering tot te veel onduidelijkheid leiden bij de terbeschikkinggestelde. In dat geval rest geen andere optie dan overplaatsing naar [kliniek] , van waaruit een uitstroomtraject opnieuw vorm kan worden gegeven.
Afwijzing meer subsidiaire verzoek
Het verzoek verder onderzoek te gelasten naar de mogelijkheid van een verblijf bij FBW [FBW locatie] , dan wel andere plaatsingsmogelijkheden, wordt afgewezen. De reclassering heeft in haar advies van 28 november 2025 uitvoerig de (on-)mogelijkheden van een voorwaardelijke beëindiging op een rij gezet. Verder onderzoek naar FBW [FBW locatie] wordt – gezien de afwijkende indicatiestelling, het eerdere mislukte resocialisatietraject, en het feit dat er nu geen onbegeleid verlofkader is – niet noodzakelijk geacht.

BESLISSING

Het hof:
Wijst afhet primaire en subsidiaire verzoek van de raadsvrouw om de terbeschikkingstelling voorwaardelijk te beëindigen;
Wijst afhet verzoek tot verder onderzoek.
Aldus gedaan door
mr. A.B.A.P.M. Ficq, voorzitter,
mr. W.A. Holland en mr. M. Zwartjes, raadsheren,
en dr. W.J. Canton en drs. I.A.M. Breukel, raden,
in tegenwoordigheid van mr. K. van Laarhoven, griffier,
en op 18 december 2025 in het openbaar uitgesproken.
De raden zijn buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.