Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM - LEEUWARDEN
inspecteurvan de
Belastingdienst/Kantoor Utrecht(hierna: de Inspecteur)
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Overwegingen
,alsnog te behandelen. [1]
,was de Inspecteur niet gehouden tot een nader onderzoek naar aanleiding van de aangifte IB/PVV 2018. De Inspecteur mag bij het vaststellen van een (primitieve) aanslag uitgaan van de juistheid van de gegevens die een belastingplichtige bij zijn aangifte heeft verstrekt. Tot nader onderzoek is hij in beginsel niet gehouden. Wel is hij tot een nader onderzoek gehouden, indien hij, na met een normale zorgvuldigheid kennis te hebben genomen van de inhoud van de aangifte, aan de juistheid van enig daarin opgenomen gegeven in redelijkheid behoort te twijfelen. Voor twijfel is geen aanleiding indien de niet onwaarschijnlijke mogelijkheid bestaat dat de in de aangifte opgenomen gegevens juist zijn. [2] Naar het oordeel van het Hof behoefde de Inspecteur in redelijkheid niet aan de juistheid van deze aangifte IB/PVV 2018 te twijfelen. De daarin verstrekte gegevens omtrent de forse schuldtoename van belanghebbende aan de BV, waren immers juist. De Inspecteur was tot dat moment niet bekend met de overeenkomsten van geldlening. De Inspecteur was bij het vaststellen van de primitieve aanslag IB/PVV 2018 daarom niet gehouden om nader onderzoek te doen. Van een aan navordering in de weg staand ambtelijk verzuim is dan ook geen sprake.
3.Proceskosten
4.Beslissing
- verklaart het hoger beroep van de Inspecteur gegrond,
- vernietigt de uitspraak van de Rechtbank, en
- bevestigt de uitspraak op bezwaar.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen.