Uitspraak
[verdachte] ,
Procesverloop
Onderzoek van de zaak
Omvang van het hoger beroep
Het vonnis voor zover nog aan het oordeel van het hof onderworpen
Tenlastelegging
De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie
(hierna: [slachtoffer 6] ), [slachtoffer 7]
(hierna: [slachtoffer 7] ), [slachtoffer 8]
(hierna: [slachtoffer 8] ), [slachtoffer 9]
(hierna: [slachtoffer 9] )en [slachtoffer 10]
(hierna: [slachtoffer 10] )omdat die feiten zijn verjaard. Ten aanzien van [slachtoffer 6] , [slachtoffer 7] en [slachtoffer 8] is de verjaringstermijn van zes jaar aangevangen op de dag nadat zij achttien jaar oud werden en is de termijn niet gestuit voordat deze afliep. Ten aanzien van [slachtoffer 9] en [slachtoffer 10] is de termijn wel gestuit, maar is inmiddels de maximale verjaringstermijn van twaalf jaar overschreden. De advocaat-generaal heeft zich op het standpunt gesteld dat het openbaar ministerie wel ontvankelijk is in de vervolging wat betreft [slachtoffer 11]
(hierna: [slachtoffer 11] ), [slachtoffer 12]
(hierna: [slachtoffer 12] ), [slachtoffer 13]
(hierna: [slachtoffer 13] ), [slachtoffer 14]
(hierna: [slachtoffer 14] )en [slachtoffer 15]
(hierna: [slachtoffer 15] ). Volgens de advocaat-generaal is de verjaringstermijn ook voor die kinderen aangevangen op de dag nadat zij meerderjarig werden en is de termijn gestuit op het moment van de doorzoeking van de woning van de verdachte op 27 september 2016 en daarna ook nog meermaals gestuit. Op dit moment is de maximale verjaringstermijn in deze zaken nog niet voltooid.
Bewijsmiddelen
achttiengeworden
op [datum] 2019.
Bewijsoverwegingen
Door dergelijke hulp niet te zoeken dan wel niet tijdig (adequaat) in te grijpen of (tijdelijk) met haar kinderen te vertrekken heeft verdachte naar het oordeel vanhet hof
op zijn minst willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaard dat door het handelen van haar echtgenoot het geestelijke en lichamelijke welzijn van de kinderen in gevaar kwam. Daardoor is sprake van opzet op het in hulpeloze toestand laten van haar kinderen.
van oordeel dat verdachte haar kinderen opzettelijk in een hulpeloze toestand heeft gelaten en daarmee in strijd heeft gehandeld met artikel 255 Sr Pro. Dat het, gelet op de religieuze overtuigingen van verdachte, wellicht geen optie was om van haar echtgenoot te scheiden of tegen haar echtgenoot in te gaan doet hier niet aan af, nu verdachte ook op andere manieren hulp had kunnen zoeken.
gelaten. Ondanks dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte een aantal keren (enkele van) haar kinderen zelf heeft geslagen, zoals de advocaat-generaal terecht naar voren heeft gebracht, acht het hof niet bewezen dat de verdachte haar kinderen ook in hulpeloze toestand heeft
gebracht, omdat deze gedraging niet als feitelijke gedraging staat genoemd in de tenlastelegging.
Bewezenverklaring
op een of meer tijdstip(pen)in
of omstreeksde periode van 27 september 2004 tot en met 27 september 2016 te [plaats 1] ,
althans in het arrondissement
)opzettelijk haar kind
(eren
)
/of
/of
/of
/of
wienswier onderhoud
, verplegingof verzorging zij krachtens wet
of overeenkomstverplicht was, in een hulpeloze toestand
heeft gebracht en/ofheeft gelaten, immers heeft/is zij, verdachte,
(telkens
)met dat opzet terwijl zij, verdachte, wist dat haar, verdachtes, [echtgenoot] , met
(grote)regelmaat agressie toonde jegens en
/ofin het bijzijn van voornoemd
(e
)kind
(eren
)(onder meer bestaande uit het mishandelen
en/of opsluiten en/of bedreigenvan
een of meer vanvoornoemd
(e
)kind
(eren
))
, althans niet tijdig,ingegrepen en voornoemd
(e
)kind
(eren
)niet in een veilige situatie gebracht, en
/of
en/of opsluiten en/of het bedreigenvan die
/datkind
(eren
)te melden en
/of
/datkind
(eren
)in de woning bij haar, verdachtes, [echtgenoot] blijven wonen, zodat voornoemde agressie door haar, verdachtes, [echtgenoot] jegens en
/ofin het bijzijn van voornoemd
(e
)kind
(eren
)kon voortduren,
(e
)kind
(eren
)geheel van verdachte en haar, verdachtes, [echtgenoot] , afhankelijk
was/waren voor hun opvoeding en verzorging.
Strafbaarheid van het bewezenverklaarde
Strafbaarheid van de verdachte
Oplegging van straf
Wetsartikelen
BESLISSING
gevangenisstrafvoor de duur van
1 (één) maand.
1 (één) jaaraan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.