Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden en hebben een minderjarig kind over wie zij gezamenlijk het gezag uitoefenen. De rechtbank Gelderland had bepaald dat de vader €165 per maand kinderalimentatie moest betalen vanaf 23 juli 2024. De vader kwam in hoger beroep en verzocht om vermindering van de alimentatie naar €25 per maand, met ingang van 20 februari 2025.
Tijdens de procedure bleek dat de goederen van de vader onder bewind waren gesteld wegens zijn geestelijke of lichamelijke toestand. De bewindvoerder werd na mondelinge behandeling alsnog betrokken en gaf instemming met het hoger beroep. Het hof oordeelde dat de vader vanaf 20 februari 2025 een uitkering ontvangt en een draagkracht heeft van €25 per maand. Ook voor de periode daarvoor werd de draagkracht op minimaal €25 vastgesteld.
De moeder voerde aan dat de vader meer kon betalen, maar het hof vond onvoldoende bewijs voor verwijtbaar inkomensverlies of herstelbaarheid daarvan. Het hof vernietigde de beschikking van de rechtbank en bepaalde dat de vader vanaf 23 juli 2024 €25 per maand kinderalimentatie moet betalen, met terugwerkende kracht. Er is geen terugbetalingsverplichting voor reeds betaalde bedragen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de vader vanaf 23 juli 2024 €25 per maand kinderalimentatie betaalt wegens beperkte draagkracht na onder bewind stelling.