Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
die hoger beroep heeft ingesteld,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
3.De feiten
4.De omvang van het geschil
De beoordeling
6.Gemeenschappelijke woning
1. De woning (…) behoort toe aan beide partners ieder voor de helft. Het hierna bepaalde heeft zowel betrekking op deze woning als ook op een in de toekomst gezamenlijk te verkrijgen woning.
2. Alle investeringen, kosten en lasten met betrekking tot de eigendom van een gemeenschappelijke woning, die niet onder de kosten van de huishouding vallen (zoals de in lid 5 bedoelde hypothecaire lening en de aflossing daarvan en de premies voor het spaargedeelte van de levensverzekering), komen voor rekening van beide partners, naar evenredigheid van hun aandeel in de eigendom, terwijl zij ook ieder in die verhouding delen in de gevolgen van een waardevermeerdering of vermindering van de woning.
(…)"
Ten overvloede wijst het hof erop dat de vrouw ook op grond van de hierboven onder 5.6 vermelde artikelen haar vergoedingsvorderingen te gelde had kunnen maken. De samenlevingsovereenkomst bevat geen daarvan afwijkende bepalingen.