Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
verzoeker in het principaal hoger beroep,
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
Partijen zijn gescheiden per beschikking van 16 april 2025. De rechtbank had de partneralimentatie vastgesteld op €1.879 bruto per maand vanaf 28 april 2025. De man ging in hoger beroep en verzocht om verlaging naar €620, terwijl de vrouw incidenteel hoger beroep instelde voor verhoging naar ruim €4.300.
Het hof heeft de procedure en standpunten van partijen beoordeeld, waarbij het netto besteedbaar inkomen van partijen in 2023 als uitgangspunt is genomen voor de berekening van de huwelijksgerelateerde behoefte van de vrouw. De kosten van de meerderjarige kinderen zijn vastgesteld op €1.009 per maand gezamenlijk, en de aanvullende behoefte van de vrouw is vastgesteld op €1.673 netto per maand.
De draagkracht van de man is berekend met inachtneming van werkelijke woonlasten vanaf 1 september 2025, wat resulteert in een draagkracht van €1.174 netto per maand tot die datum en €1.678 daarna. Het hof heeft een inkomensvergelijking gemaakt en de partneralimentatie vastgesteld op €1.221 bruto per maand vanaf 28 april 2025, €1.223 vanaf 1 september 2025 en €1.279 vanaf 1 januari 2026.
Verder is geoordeeld dat de vrouw het teveel betaalde alimentatiebedrag van circa €5.910 aan de man moet terugbetalen, gezien haar behoefte en het gebruik van de ontvangen bedragen. De beschikking van de rechtbank is vernietigd en vervangen door deze nieuwe vaststelling.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie vast op €1.221 bruto per maand vanaf 28 april 2025, met aanpassingen per 1 september 2025 en 1 januari 2026, en veroordeelt de vrouw tot terugbetaling van te veel ontvangen alimentatie.