Uitspraak
1.Samenvatting
2.De feiten
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben op woensdagmiddag van 12.30 uur tot 16.30 uur onder begeleiding omgang met de moeder in [plaats] , voor zover het schoolrooster van de kinderen dit toelaat;
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verblijven minimaal een dag per maand onder begeleiding op een
- zodra er een gezinsbuddy beschikbaar is, verblijven [de minderjarige1] en [de minderjarige2] nog een extra dag per maand bij de moeder waarbij de gezinsbuddy het bezoek monitort door een gedeelte van de omgang aanwezig te zijn, en verder op afstand beschikbaar is voor de moeder en/of de kinderen;
- waarbij de GI de regie voert over deze regeling en deze kan uitbreiden als zij daartoe aanleiding ziet in het belang van de kinderen.
3.De procedure bij de rechtbank
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] hebben eens per twee weken op woensdagmiddag van 12.30 uur uit school tot 16.30 uur onder begeleiding contact met de moeder in [plaats] , voor zover het schoolrooster van de kinderen dit toelaat;
- [de minderjarige1] en [de minderjarige2] verblijven minimaal eenmaal per vier weken onder begeleiding op een zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur bij de moeder;
- [de minderjarige2] verblijft daarnaast ééns per vier weken nogmaals op zaterdag bij de moeder van 10.00 uur tol 19.00 uur, waarbij de GI de regie heeft over de vorm en mate van begeleiding tijdens dit contactmoment. [de minderjarige1] mag zelf kiezen of hij gedurende (een deel van) dit contactmoment wil aansluiten;
- de GI krijgt de regie om deze contactregeling uit te breiden, bijvoorbeeld met een overnachting, als zij dat in het belang van de kinderen acht;
- in overleg met de GI wordt gekeken naar mogelijke omgangsmomenten in de vakanties.
subsidiair) het verzoek tot het verlengen van de machtiging tot uithuisplaatsing toewijst voor de duur van zes maanden onder aanhouding van het overige en een deskundige te benoemen om onderzoek te doen. Zij wil verder dat het hof het verzoek van de GI tot wijziging van de contactregeling, afwijst.
- het beroepschrift
- een journaalbericht namens de moeder van 22 januari 2026
- het verweerschrift van de GI
- de brief van de raad van 27 januari 2026, waarin de raad zich afmeldt voor de zitting.
- de moeder met haar advocaat
- twee vertegenwoordigers van de GI
- de vader
5.Het oordeel van het hof
De maatregelen van een ondertoezichtstelling met een machtiging tot uithuisplaatsing kunnen wel worden benut om de periode van een onderzoek naar, en een beslissing over, een eventuele beëindiging van het gezag te overbruggen. In dat geval is, mede gelet op de aanvaardbare termijn voor de kinderen en de grote gevolgen die de GI in de praktijk aan een perspectiefbesluit verbindt, voortvarendheid geboden. Dat brengt met zich dat de GI een genomen perspectiefbesluit zo snel mogelijk door de raad moet laten toetsen door middel van een verzoek tot onderzoek naar een eventuele beëindiging van het gezag. Hiervan is in deze zaak echter geen sprake geweest.
subsidiaireverzoek van de moeder dan ook afwijzen. Uit de toelichting van de moeder op haar verzoek tot het gelasten van een deskundigenonderzoek maakt het hof op dat de moeder wil dat er een gedegen onderzoek komt naar het perspectief van de kinderen. In deze zaak moet het hof echter alleen beoordelen of de kinderen tot 1 juni 2026 in het gezinshuis moeten blijven wonen. Het gevraagde onderzoek naar het perspectief van de kinderen staat hier los van, zodat de uitkomst van het gevraagde onderzoek voor een beslissing in deze zaak niet van belang is en dan ook niet mede tot beslissing van de zaak kan leiden.